Home Signaleringen

    Signaleringen ACT en FACT

    Signaleringen ACT en FACT

    Het kost veel tijd om alle relevante rehabilitatie literatuur bij te houden. Wij vinden dat het kenniscentrum óók een functie heeft om u op de hoogte te houden van belangrijke nieuwe publicaties. De selectie van de artikelen wordt door Jaap van Weeghel gemaakt uit gerenommeerde internationale tijdschriften. Toine Ketelaars vat ze samen.

    Signaleringen, compleet overzicht

    Signaleringen geselecteerd op onderwerp:

    2011

    Deelnemers aan Assertive Community Treatment (ACT) ervaren geen dwang en negatieve druk van hulpverleners
    Sommigen beweren dat de uitgangspunten en de praktijk van ACT zo dwingend zijn dat die het herstel en een toename van empowerment in de weg staan. In deze Amerikaanse studie werd aan groep cliënten (n=65) met schizofrenie of een schizo-affectieve stoornis die gemiddeld 17 jaar aan een ACT-programma deelnamen met behulp van vragenlijsten onderzocht in hoeverre zij dwang van de ACT-staf ervaren. Gebruikt werden een speciaal voor deze studie ontworpen vragenlijst, de Perceptions of Mental Health Services Questionnaire (PMHSQ), en de Empowerment Scale (ES), de Quality of Life Questionnaire (QLQ) en de Working Alliance Inventory-Short Form (WAI-S). Uit de scores komt duidelijk naar voren dat de deelnemers weinig dwang ervaren en de ACT-hulpverleners niet als restrictief, maar eerder als stimulerend ervaren. Er zijn wel verbanden tussen een hogere ervaren dwang en een minder hoog ervaren levenskwaliteit en lagere gevoelens van empowerment.
    Tschopp MK, Berven NL & Chan F (2011). Consumer Perceptions of Assertive Community Treatment Interventions. Community Mental Health Journal 47 (4), 408-414
    Trefwoord: ACT en FACT

    Personen die naast ACT ook een Illness Management and Recovery (IMR) programma volgen worden significant minder vaak opgenomen
    In deze Amerikaanse retrospectieve cohort studie werd bekeken of het volgen van het IMR-programma door psychiatrische patiënten (N=498) die door Assertive Community Treatment (ACT) teams worden behandeld, invloed heeft op hun gebruik van GGZ-voorzieningen. Bij IMR krijgen de cliënten evidence-based technieken aangeleerd ter verbetering van zelfmanagement en het behalen van eigen hersteldoelen. Het IMR-curriculum bestaat uit één sessie per week over een periode van tien maanden. Van de 498 ACT-cliënten volgden er 144 IMR (=29%). Hiervan doorliep 47% het hele curriculum. Na twee jaar bleek dat de groep die IMR had gevolgd 50% minder opnamedagen had dan de groep die geen IMR had gevolgd. Tussen beide groepen was er echter geen verschil in bezoeken aan crisisopvang voorzieningen. Het lijkt erop dat IMR leert de cliënten effectiever met hun ziekte om te gaan. Er zijn aanwijzingen dat IMR minder aanslaat bij ethnische minderheden, jongeren en lager geschoolden.
    Salyers MP, Rollins AL, Clendenning D, McGuire AB & Kim E (2011). Impact of Illness Management and Recovery Programs on Hospital and Emergency Room Use by Medicaid Enrollees. Psychiatric Services 62 (5), 509-515.
    Trefwoord: ACT en FACT

    2010

    Bij ACT-teams is er weinig verband tussen een modelgetrouwe uitvoering van ACT en het handelen volgens herstel georiënteerde uitgangspunten
    Assertive Community Treatment (ACT) heeft twee uiteenlopende doelen: 1. het algemene belang dienen –b.v. door minder opnames na te streven- wat tot dwang kan leiden en 2. personen met een ernstige psychische stoornis optimaal aan de samenleving laten deelnemen, wat direct aansluit bij herstel doelen. In deze Canadese studie wordt gekeken of er een relatie is tussen modelgetrouwe uitvoering van ACT en op herstel gerichte hulpverlening. Recovery werd gemeten met de Recovery Self-Assessment (RSA) schaal bij 1400 cliënten, 241 familieleden , 518 hulpverleners en 67 managers. De modelgetrouwheid werd bij 67 teams met de Darthmouth Assertive Community Treatnment Scale (DACTS) vastgesteld. Het blijkt dat er geen verband is tussen DACTS scores (=modelgetrouwheid) en door cliënten en familie ervaren op herstel gerichte ACT-diensten. Echter: de cliënten ervoeren over het algemeen geen dwang. De auteurs denken dat een andere invulling van het ACT-proces tot een nauwere aansluiting van ACT-praktijk bij recovery doelen kan leiden.
    Kidd SA, George L, O’Connell M, Sylvestre J Kirkpatrick H, Browne G & Thabane L (2010). Fidelity and Recovery-Orientation in Assertive Community Treatment. Community Mental Health Journal 46 (4), 342-350
    Trefwoord: ACT en FACT

    Assertive community treatment (ACT)-teams in Engeland zijn er volgens managers goed in om contact te houden met moeilijke cliënten
    In het VK wordt sinds 1999 de vorming van ACT-teams door het Ministerie van Gezondheid gestimuleerd. Tot nu toe is de effectiviteit van het Amerikaanse ACT-model in Europa nog niet aangetoond. Het wordt aanbevolen om ACT-teams multidisciplinair (psychiater, psycholoog, SPV, sociaal werker e.d.) samen te stellen. Het primaire doel van het outreachende ACT is het verminderen van ziekenhuis opnames van ernstige psychiatrische patiënten die (vaak) moeilijker te bereiken zijn. In dit kwalitatieve onderzoek hebben 104 ACT-teammanagers vragen beantwoord over de doelen van hun ACT-team en over hun visie op de effectiviteit van ACT en de belangrijkste interventies. Het blijkt dat 36% van de teams geen psychiater in dienst heeft, 48% heeft geen psycholoog en slechts 18% heeft eigen bedden. Volgens de teamleiders zijn de belangrijkste soorten interventies van ACT-teams: cliënt bij behandeling betrokken houden (engagement) en de cliënt helpen bij financiële en huisvestingsproblemen. Dit zijn geen evidence-based interventies waarvoor psychiaters of psychologen nodig zijn. De meeste teamleiders melden positieve klinische uitkomsten, maar hebben hiervoor geen harde bewijzen. Om de bezuinigingen te overleven zullen de Britse ACT-teams hun engagement met hun cliënten moeten gebruiken om bewezen effectieve interventies te gaan aanbieden.
    Ghosh R & Killaspy H (2010). A national survey of assertive community treatment services in England. Journal of Mental Health 19 (6), 500–508.
    Trefwoord: ACT en FACT

    Implementatie van Illness Management and Recovery (IMR) programma binnen ACT stimuleert recovery en leidt tot minder opnames
    Hoewel Assertive Community Treatment (ACT) bewezen effectief is op een aantal indicatoren, zijn vele cliënten in de GGz ervan overtuigd dat ACT niet empowerment en zelfbeschikking bij cliënten stimuleert. In deze Amerikaanse studie kreeg één groep ACT-cliënten (N=183) naast ACT óók een Illness Management and Support (IMR) training door een ervaringsdeskundige specialist aangeboden, de controlegroep (N=141) alleen ACT. Na twee jaar bleek 26% van de interventiegroep (ACT + IMR) aan IMR-sessies te hebben deelgenomen en slechts 4% had het hele programma afgemaakt. Toch kan worden vastgesteld dat de deelnemers aan het ACT+IMR programma over een periode van twee jaar significant minder opnames hadden. Voor de uitkomsten zelf-management, hoop en tevredenheid was er weinig verschil tussen beide groepen. Wel bleek dat ervaringsdeskundige IMR-specialisten konden meedraaien in een professioneel ACT-team.
    Salyers MP, McGuire AB, Rollins AL, Bond GR, Mueser KT & Macy VR (2010).
    Integrating Assertive Community Treatment and Illness Management and Recovery for Consumers with Severe Mental Illness. Community Mental Health Journal 46 (4), 319-329.
    Trefwoord: ACT en FACT

    Deelnemers aan ACT die ouder zijn, middelen misbruiken en weinig motivatie hebben profiteren psychosociaal minder van ACT dan anderen
    Tot nu toe zijn er in Europa nog niet dezelfde effecten van de toepassing van Assertive Community Treatment (ACT) gevonden als in de VS. Toch is modelgetrouwe ACT in o.a. Nederland wel ingevoerd. In deze Nederlandse observationele studie (N=139) werd gekeken wat voor soort patiënten weinig profiteren van ACT door over een periode van drie jaar regelmatig de HoNOS – in totaal 637 assessments- af te nemen. Het blijkt dat middelen misbruiken, een hogere leeftijd hebben, minder opleiding en grote problemen met motivatie hebben duidelijk correleren met hogere HoNOS scores (d.i. slechtere psychosociale uitkomsten). Binnen het ACT-aanbod moet er meer aandacht voor speciale doelgroepen.
    Kortrijk HE, Mulder CL, Roosenschoon BJ & Wiersma D (2010). Treatment Outcome in Patients Receiving Assertive Community Treatment. Community Mental Health Journal 46 (4), 330-336
    Trefwoord: ACT en FACT

    Toepassen van Cognitieve Gedragstherapie (CGT) door alle stafleden van ACT-team is mogelijk en nuttig
    Recente evidence-based richtlijnen voor personen met schizofrenie, zoals de NICE richtlijn, bevelen aan dat personen met schizofrenie die nog symptomen hebben, naast psychofarmaca, óók Cognitieve Gedragstherapie (CGT) krijgen aangeboden. In deze retrospectieve Amerikaanse studie wordt verslag gedaan van de resultaten van de training van een heel ACT-team (N=10) - inclusief de HBO-opgeleide hulpverleners zoals verpleegkundigen en casemanagers - in het toepassen van CGT-interventies. De training bestond uit een didactische en experimentele trainingsmodule (13 uur) én individuele supervisie die over een periode van 6 maanden werden gegeven. Het bleek dat de toepassing van CGT-technieken (minimaal 3 sessies CGT) in de patiëntcontacten toenam van 10% vóór de training tot 54% ná de training. De hulpverleners vonden de training nuttig in het beter begrijpen van de problemen van de patiënten en CGT werd toegepast bij problemen met symptomen, leren besluiten te nemen, sociale vaardigheden e.d. In deze studie werd niet gemeten of de patiënten ook op objectieve schalen beter scoorden na toepassing van CGT.
    Pinninti NR, Fisher J, Thompson K & Steer R. (2010). Feasibility and Usefulness of Training Assertive Community Treatment Team in Cognitive Behavioral Therapy. Community Mental Health Journal 46 (4), 337-341.
    Trefwoord: ACT en FACT

    Bij ACT-teams is er weinig verband tussen een modelgetrouwe uitvoering van ACT en het handelen volgens herstel georiënteerde uitgangspunten
    Assertive Community Treatment (ACT) heeft twee uiteenlopende doelen: 1. het algemene belang dienen –b.v. door minder opnames na te streven- wat tot dwang kan leiden en 2. personen met een ernstige psychische stoornis optimaal aan de samenleving laten deelnemen, wat direct aansluit bij herstel doelen. In deze Canadese studie wordt gekeken of er een relatie is tussen modelgetrouwe uitvoering van ACT en op herstel gerichte hulpverlening. Recovery werd gemeten met de Recovery Self-Assessment (RSA) schaal bij 1400 cliënten, 241 familieleden , 518 hulpverleners en 67 managers. De modelgetrouwheid werd bij 67 teams met de Darthmouth Assertive Community Treatnment Scale (DACTS) vastgesteld. Het blijkt dat er geen verband is tussen DACTS scores (=modelgetrouwheid) en door cliënten en familie ervaren op herstel gerichte ACT-diensten. Echter: de cliënten ervoeren over het algemeen geen dwang. De auteurs denken dat een andere invulling van het ACT-proces tot een nauwere aansluiting van ACT-praktijk bij recovery doelen kan leiden.
    Kidd SA, George L, O’Connell M, Sylvestre J Kirkpatrick H, Browne G & Thabane L (2010). Fidelity and Recovery-Orientation in Assertive Community Treatment. Community Mental Health Journal 46 (4), 342-350
    Trefwoord: ACT en FACT

    Cliëntenfactoren bepalen grotendeels het succes of het falen van ACT
    Assertive Community Treatment (ACT) is bewezen effectief, maar het werkt niet bij iedereen. In deze Amerikaanse studie werd onderzocht hoe hulpverleners (N=25) en cliënten (N=23) behandelsucces en mislukken van ACT definiëren en in hoeverre hun inscghattingen van elkaar afwijken. Alle antwoorden werden in 16 thema’s ingedeeld. Er blijkt een grote overeenkomst tussen de inschatting van de cliënten en de hulpverleners over de belangrijkste oorzaken van succes en falen van ACT. Voor beide groepen geldt dat de belangrijkste oorzaak van succes én falen ligt in cliënt-specifieke factoren zoals mate van assertief gedrag, impulsief gedrag, zich gelukkig voelen en vertrouwen hebben. Succes vinden beide groepen ook gerelateerd aan mate van sociale contacten en of de basisbehoeften (voedsel, huisvesting) zijn vervuld. Vermindering van opnames vinden beide groepen van minder belang voor succes of falen, terwijl ACT expliciet vermindering van opnames nastreeft. De hulpverleners zien –veel meer dan de cliënten- een verband tussen middelenmisbruik en het falen van ACT.
    Stull LG, McGrew JH & Salyers MP (2010). Staff and Consumer Perspectives on Defining Treatment Success and Failure in Assertive Community Treatment. Psychiatric Services 61 (9), 929-932.
    Trewoord: ACT en FACT

    Gerichte bijscholing van ACT-staf leidt tot grote toename van arbeidsparticipatie van ACT-deelnemers
    In Amerika is de arbeidsparticipatie van psychiatrische patiënten in ACT-programma's erg laag. Voor een deel ligt dit aan het feit dat stafleden geen prioriteit aan werk en werkgerelateerde doelen geven. In deze bijdrage wordt verslag gedaan van de effecten van een gerichte training van ACT-stafleden door medewerkers van het Integrated Employment Institute in New Jersey. Een jaar lang werd er twee uur per maand getraind op: 1. Het doen toenemen van het begrip bij stafleden van de relatie tussen werk en herstel; 2. Stafleden in aanraking laten komen met principes en praktijken van effectieve diensten gericht op arbeidstoegeleiding; 3. Ontwikkelen van vaardigheden bij stafleden in het ondersteunen van de deelnemers in het succesvol najagen van hun werkgerelateerde doelen. Het bleek dat na één jaar het aantal cliënten dat regulier betaald werk deed was gestegen van 5% tot 24%. Diensten die met het vinden van werk te maken hebben waren een integraal onderdeel van het ACT-programma geworden.
    Gao N &. Dolce JN (2010). A Case Illustration of Strategies to Improve Employment Outcomes Among Individuals Receiving ACT Services. American Journal of Psychiatric Rehabilitation 13 (2), 94-104.
    Trefwoord: ACT en FACT

    ACT hulpverleners zijn voor voormalige dakloze psychiatrische patiënten de belangrijkste sociale contacten
    In 2007 waren er in de VS tussen de 235.000 en 434.00 daklozen. Een groot deel daarvan heeft een ernstige psychische stoornis en/of een verslavingsprobleem. In deze studie wordt door middel van interviews met 22 voormalige daklozen die door een ACT-team worden begeleid onderzocht hoe deze personen sociale steun hebben ervaren vóór, tijdens en na hun dakloze periode. De volgende meetinstrumenten werden gebruikt: de aangepaste Social Support Questionnaire Short Form (SSQSR) en de aangepaste Quality of Relationships Inventory (QRISS). Het blijkt dat de ex-daklozen de kwaliteit van de sociale contacten met de ACT hulpverleners significant hoger waarderen dan die met familie, vrienden of anderen. Opmerkelijk is dat de geïnterviewden de kwaliteit van de sociale contacten met de ACT hulpverleners ook groter vinden dan welke contacten dan ook die ze hadden in de periode dat ze nog niet dakloos waren en tijdens hun dakloze periode. In hun dakloze periode had de helft van de geïnterviewden helemaal geen sociale steun, en als er al een sociaal netwerk was bestond dat voornamelijk uit mede-daklozen.
    Carton AD, Young MS & Kelly KM (2010). Changes in Sources and Perceived Quality of Social Supports Among Formerly Homeless Persons Receiving Assertive Community Treatment Services. Community Mental Health Journal 46 (2), 156-163
    Trefwoord: ACT en FACT

    Intensieve ACT-interventie heeft geen effect op ervaren kwaliteit van leven bij patiënten met een eerste psychose

    Deze Deense studie is onderdeel van een RCT waarin de effectiviteit van een speciaal ontwikkelde intensieve psychosociale Assertive Community Treatment (OPUS)-interventie werd onderzocht. De Lancashire Quality of Life Profile (LQoLP) werd bij een groep patiënten met een eerste psychose (N=280) bij het eerste behandelcontact en na twee jaar afgenomen. Eén groep (N=128) kreeg in die twee jaar de OPUS-interventie en de rest (N=127) kreeg de standaard behandeling. De OPUS-interventie bestaat uit ACT, sociale vaardigheidstraining, psycho-educatie en multifamiliaire groepen. Het multidisciplinaire OPUS-team heeft een werkbelasting van 1 op 10, tegenover die van 1 op 25 bij de standaard behandeling. Op de negen domeinen die met de LQoPL worden gemeten werden er na twee jaar geen significante verschillen tussen de twee groepen vast gesteld wat betreft de ervaren kwaliteit van leven. Er werd wel een verband gevonden tussen ervaren kwaliteit van leven en een betere affectieve balans en het hebben van meer zelfwaardering (self esteem).
    Thorup, A., Petersen, L., Jeppesen, P., & Nordentoft, M. (2010). The quality of life among first-episode psychotic patients in the opus trial. Schizophrenia Research 116 (1), 27-34.
    Trefwoord: ACT en FACT


    2009

    Integratie van IMR in ACT-team verhoogt recovery van cliënten
    Hoewel Assertive Community Treatment (ACT) een bewezen effectieve interventie is, wordt wel eens betwijfeld of ACT aansluit bij de recovery-benadering door zijn dwingende of paternalistische aanpak. In deze Amerikaanse pilotstudie wordt geëvalueerd wat de invloed is van de integratie van ACT met Illness Management and Recovery (IMR), waarbij de IMR werd aangeboden door een omgeschoolde ervaringsdeskundige. Negen maanden na invoering van IMR werden cliënten (N=14) en hulpverleners (N=16) geïnterviewd. Het bleek dat de cliënten niet alleen meer kennis van recovery hadden gekregen via IMR, maar ook meer nieuwe dingen durfden uit te proberen en meer hoopvol waren gestemd. De hulpverleners vonden het waardevol een ervaringsdeskundige in hun midden te hebben.
    Salyers, M.P., Hicks, L.J., McGuire, A.B., Baumgardner, H., Ring, K. & Kim, H. (2009). A Pilot to Enhance the Recovery Orientation of Assertive Community Treatment Through Peer-Provided Illness Management and Recovery. American Journal of Psychiatric Rehabilitation 12 (3), 191-204
    Trefwoord: ACT en FACT

    ACT is niet goedkoop maar wordt wel hoog gewaardeerd door psychiatrische patiënten
    Over de kosteneffectiviteit van Assertive Community Treatment (ACT) is in de Verenigd Koninkrijk nog weinig bekend. De bestaande evidentie wijst in de richting dat ACT niet tot vermindering van het intramurale zorggebruik leidt, hoewel dat wel één van de hoofddoelen van deze interventie is. In deze Engelse RCT werden het zorggebruik, de kosten en de kosteneffectiviteit van ACT (N=127) vergeleken met die van de gebruikelijke ambulante hulpverleningsaanbod (N=124). Na 18 maanden bleken de kosten hoger én het zorggebruik groter van de ACT-groep. De cliënten van de ACT-groep waren wel significant meer tevreden met de zorg en voelden zich meer verbonden met het hulpverleningsteam dan de controlegroep. Daarom geven de auteurs aan ACT de voorkeur bij de ambulante hulpverlening aan chronisch psychiatrische patiënten.
    McCrone, P., Killaspy, H., Bebbington, P., Johnson, S., Nolan ,F., Pilling, S. & King, M. (2009). The REACT Study: Cost-Effectiveness Analysis of Assertive Community Treatment in North London. Psychiatric Services 60 (7), 908-913
    Trefwoord: ACT en FACT

    Ambulante patiënten worden op verschillende manieren door ACT-team onder druk gezet
    Door ambulante psychiatrische patiënten is er vaak kritiek geuit op de impliciete dwang die door leden van ACT-teams op hen wordt uitgeoefend. In deze Amerikaanse studie werden 23 ACT-teams in de staat Indiana beoordeeld op het toepassen van de volgende vier vormen van controle: 1. Dreigen met opname als de patiënt zich niet aan behandeling houdt. 2. Het ACT-team beheert de inkomsten (meestal uitkering) van de patiënt en kan potentieel geld inhouden en therapietrouw afdwingen. 3. Teams kunnen intensieve medicatie monitor technieken toepassen, zoals depotmedicatie tegen de zin van patiënt plaatsen. 4. ACT-teams kunnen de woning waarin patiënt woont bezitten en zo druk uitoefenen. Het blijkt dat het toepassen van deze controletechnieken per locatie verschilt. Intensieve medicatie monitoring en beheer van het geld zijn de meest gebruikte controletechnieken. Er is geen verband tussen het toepassen van controletechnieken en modelgetrouwheid aan het ACT-model.
    Moser, L.L. & Bond, G.R. (2009). Scope of Agency Control: Assertive Community Treatment Teams' Supervision of Consumers. Psychiatric Services 60 (7), 922-928
    Trefwoord: ACT en FACT


    Overheidsbeleid heeft veel invloed op al dan niet modelgetrouwe invoering van Assertive Community Treatment (ACT)
    ACT is een bewezen effectieve interventie, waarvan de effectiviteit overigens wel samenhangt met de mate van modelgetrouwe invoering. In deze Amerikaanse studie wordt de implementatie van 13 ACT-teams in 2 verschillende staten over een periode van twee jaar gevolgd met als doel gunstige en ongunstige factoren voor de invoering op te sporen. Het blijkt dat het beleid van de State Mental Health Authority (SMHA) een centrale rol speelt bij het al dan niet opheffen van obstakels voor de invoering van ACT. De SMHA kan de volgende zaken faciliteren: financiering van training van teams, technische ondersteuning bieden, vergoedingsystematiek aanpassen. Daarnaast hebben modelgetrouwe ACT-teams effectief leiderschap, weinig personeelsverloop , goed getrainde hulpverleners en voldoende financiële middelen.
    Mancini, A.D., Moser, L.L., Whitley, R, McHugo, G.J., Bond, G.R. et al (2009). Assertive Community Treatment: Facilitators and Barriers to Implementation in Routine Mental Health Settings. Psychiatric Services 60 (2),189-195.
    Trefwoord: ACT en FACT

    Modelgetrouwe invoering van Assertive Community Treatment (ACT) sluit goed aan bij behoeften van cliënten met een eerste psychose
    In deze Nederlandse studie wordt bekeken of een modelgetrouwe invoering van ACT óók tegemoet komt aan de zorgbehoeften van een relatief nieuwe doelgroep voor ACT, nl. cliënten met een eerste psychose (N=70). In de loop van drie jaar werd de modeltrouwe invoering driemaal met de DACTS gemeten. Verder gaven de cliënten en hulpverleners feedback op de geboden diensten. De modelgetrouwe invoering werd gerealiseerd. De aanmerkingen van de cliënten sloten aan bij door de ontwikkelaars genoemde verplichte elementen van ACT zoals:goede communicatie tussen de verschillende partijen, de toegankelijkheid van het ACT-team, betere afstemming van behoeften en geboden zorg en de houding van de zorgverleners. Deze feedback werd zo veel mogelijk geïntegreerd.
    Verhaegh, M.J.M, Bongers, I.M.B, Kroon, H. & Garretsen, H.F.L. (2009). Model Fidelity of Assertive Community Treatment for Clients With First-Episode Psychosis: A Target Group-Specific Application. Community Mental Health Journal 45 (1), 12-18.
    Trefwoord: ACT en FACT


    2007


    Ondersteuningscentrum voor de implementatie van ACT gebaseerd op samenwerking onderzoekers en clinici
    In dit artikel worden de structuur, activiteiten en ervaringen beschreven van het ACT Center of Indiana, opgericht in 2001, dat tot doel heeft hoogwaardige, op recovery uitgangspunten gebaseerde bewezen praktijken, met name Assertive Community Treatment (ACT), mede mee op te zetten en technisch te ondersteunen. De afgelopen zes jaar is het aantal ACT teams in Indiana vertienvoudigd. Het centrum bestaat uit een mix van wetenschappelijk onderzoekers en mensen uit de klinische praktijk. Om financiële redenen is een nauwe band met de overheid essentieel. Er wordt gepleit voor een continue evaluatie van de effecten van de evidence-based praktijken.
    Salyers, M., McKason, M., Bond, G.R. & McGrew, J.H. (2007). The role of technical assistance centers in implementing evidence-based practices: lessons learned. American Journal of Psychiatric Rehabilitation 10 (2), 85-101.

    Assertive Community Treatment in Nederland nog niet veel toegepast
    Dit inventariserend onderzoek brengt de verspeiding van het Assertive Community Treatment (ACT) model in Nederland in kaart. ACT werd in 2001 in Nederland geïntroduceerd. Binnen de GGz heeft het een gemengde ontvangst gekregen. Van de 55 case management programma’s in Nederland deden er 39 met deze inventarisatie mee. Slechts 41% van die 39 voldoet aan de criteria van volledige implementatie van het ACT-model. Vele programmaleiders denken dat gedeeltelijke implementatie van ACT ook effectief is.
    Van Dijk, B.P., Mulder, C.L., Roosenschoon, B.J., Kroon, H. & Bond, G.R. (2007).
    Dissemination of assertive community treatment in the Netherlands. Journal of Mental Health 16 (4), 529-535.

    FACT is Nederlandse variant op Assertive Community Treatment-model
    In deze bijdrage wordt beschreven op welke wijze in de regio Noord-Holland-Noord een eigen vorm van ACT is ontwikkeld: de Functie (of Flexiblele) ACT (FACT). Een FACT-team bedient alle langdurig psychiatrische patiënten in een regio buiten het psychiatrisch ziekenhuis. Meestal kan voor 80% van de patiënten individueel case management volstaan en is eigenlijke ACT voor slechts 20% noodzakelijk. In een reactie van twee Amerikaanse pioniers van ACT wordt overwegend positief op de FACT-variant gereageerd.
    Remmers van Veldhuizen, J. (2007). FACT: a Dutch version of ACT. Community Mental Health Journal 43 (4), 421-433 + commentaar van Gary Bond & Robert Drake.

    Nederlandse studie: Assertive Community Treatment goed in het vasthouden van contacten met cliënten
    De positieve uikomsten in Amerikaanse onderzoeken naar de effectiviteit van Assertive Community Treatment (ACT) werden niet in Britse onderzoeken gevonden. In deze Nederlandse RCT wordt de effectiveit van ACT (N=59) voor personen met een ernstige psychische stoornis vergeleken met die van standaard ambulante behandeling (N=59). Het blijkt dat met behulp van ACT het contact met de doelgroep veel beter blijft dan met de standaard behandeling. Op de andere uitkomstmaten zoals aantal opnamedagen, psychopathologie of sociaal functioneren werden geen verschillen gevonden. Het in contact blijven met de doelgroep is overigens een belangrijke doelstelling van ACT.
    Sytema, S., Wunderink, L., Bloemers, W., Roorda, L. & Wiersma, D. (2007).
    Assertive community treatment in the Netherlands: a randomized controlled trial. Acta Psychiatrica Scandinavica 116 (2), 105-112

    Supported Employment heeft ook op lange termijn positieve invloed op deelnemers
    In deze studie werden personen (N=38) met een ernstige psychiatrische ziekte, die acht tot twaalf jaar daarvóór een IPS-traject hadden gevolgd, opnieuw geïnterviewd over hun werkcarrière en algemene welbevinden. Het blijkt dat alle respondenten in de follow-up periode gewerkt hebben, waarvan zelfs 82% in een regulier betaalde baan, en 71% heeft in meer dan de helft van follow-up jaren gewerkt. De meeste respondenten verbinden andere positieve voordelen aan het hebben van werk: meer eigenwaarde, meer sociale relaties en betere regulatie van de psychiatrische symptomen.
    ecker, D., Whitley, R., Bailey, E.L. & Drake, R.E. (2007).
    Long-term employment trajectories among participants with severe mental illness in supported employment. Psychiatric Services 58 (7), 922-928.

    Assertive Community Treatment (ACT) heeft ook positieve invloed op arbeidsparticipatie
    ACT is op de eerste plaats opgezet om heropnames van mensen met een ernstige psychiatrische stoornis te doen afnemen. In deze review wordt bekeken in hoeverre het ACT-model invloed heeft op arbeidsdeelname van de deelnemers in vergelijking met traditionele arbeidsrehabilitatie, supported employment en case management. Er werden 16 relevante studies gevonden. Daaruit komt naar voren dat ACT óók superieur is op het gebied van arbeidsrehabilitatie.
    Kirsh, B. & Cockburn, L. (2007). Employment outcomes associated with ACT: a review of ACT literature. American Journal of Psychiatric Rehabilitation 10 (1), 31-51.

    Daklozen met ernstige psychiatrische stoornis hebben baat bij Assertive Community Treatment
    Omdat het nog niet duidelijk is of Assertive Community Treatment (ACT) óók voor de populatie daklozen met een ernstige psychiatrische stoornis effectiever is dan andere case management interventies werd deze Amerikaanse meta-analyse uitgevoerd. Er blijken maar zes RCT’s over dit onderwerp te zijn, maar die wijzen allemaal in de richting dat de ACT-interventie veel effectiever is in het terugdringen van de status van dakloosheid en in het reduceren van symptomen dan de andere interventies.
    Coldwell, C.M. & Bender, W.S. (2007). The effectiveness of Assertive Community Treatment for homeless populations with severe mental illness: a meta-analysis. American Journal of Psychiatry 164(3), 393-399.


    2006


    De helft van de personen met een ernstige psychische stoornis heeft behoefte aan Assertive Community Treatment (ACT)
    In een regio in de Verenigde Staten zijn de auteurs gaan tellen hoeveel personen in aanmerking zouden moeten komen voor ACT. Om in aanmerking te komen voor ACT moesten de personen een ernstige psychische stoornis hebben en minimaal drie opnames binnen één jaar. Men komt tot de conclusie dat vijftig procent van de personen met een ernstige psychische stoornis in aanmerking komt voor ACT, terwijl men over het algemeen in de GGz uitgaat van twintig tot veertig procent.
    Cuddeback, G.S., Morrissey, J.P. & Meyer, P.S. (2006). How many Assertive Community Treatment teams do we need? Psychiatric Services 57 (12), 1803-1806.

    Deelnemers aan Clubhouse-model goed voorbereid op vinden regulier betaald werk
    Deze bijdrage is op dezelfde dataset gebaseerd als het artikel van Macias et al. De follow-up periode voor deze analyse is dertig maanden. Globaal komen de auteurs van deze bijdrage tot dezelde conclusie: deelnemers aan de ACT-behandeling zijn even succesvol in het vinden van regulier betaald werk dan Clubhouse-deelnemers, zij het dat de laatstgenoemden beduidend meer verdienen en veel langer hun baan behouden.
    Schonebaum, A.D., Boyd, J. & Dudek, K.J. (2006). A comparison of competitive employment outcomes for the Clubhouse and PACT models. Psychiatric Services (57) 10, 1416-20.

    Supported-Employment (SE) specialisten helpen concreet om cognitieve beperkingen te overwinnen
    In deze Amerikaanse studie wordt eerst aan 25 SE-specialisten gevraagd op welke wijze ze hun cliënten met cognitieve beperkingen bijstaan. Zo komen de onderzoekers tot een lijst met 76 strategieën, waarop vier domeinen onderscheiden worden: aandacht, psychomotorische snelheid, geheugen en probleemoplossend vermogen. Aan 50 andere SE-specialisten wordt deze lijst voorgelegd en gevraagd of zij eveneens deze strategieën toepassen en hoe effectief zij denken dat ze zijn. Er worden concrete voorbeelden van effectieve strategieën beschreven. De SE-specialisten vinden vooral enkele strategieën om de aandacht van de cliënten te verbeteren effectief. Bovenaan staan aanmoedigen en positief bevestigen.
    McGurk, S.R. & Mueser, K.T. (2006). Strategies for coping with cognitive impairments of clients in supported employment. Psychiatric Services 57 (10), 1421-29.

    GGZ-hulpverleners krijgen bijscholing in recovery-methodiek
    Alle ACT-medewerkers in de VS krijgen bijscholing in de recovery-methodiek. Om te kijken of deze trainingen voldoen, werd door onderzoekers tijdens de trainingen informatie verzameld om te kijken of de recovery-methode wordt begrepen en waar knelpunten worden ervaren. Het blijkt dat als de cliënt in holistische termen wordt beschreven dat de hulpverleners dan gemakkelijk een recovery aanpak kunnen onderschrijven. Problemen worden ervaren in het aangaan van een samenwerkingsrelatie met de cliënt en met cliënten in een crisissituatie. De trainingen moeten meer aandacht geven aan de ontwikkeling van dit soort vaardigheden.
    Felton, B.J., Barr, A., Clark, G. & Tsemberis, S.J. (2006). ACT team members’ responses to training in recovery-oriented practices. Psychiatric Rehabilitation Journal (30) 2, 112-119.

    Geïntegreerde behandeling van dubbele diagnose cliënten met hulp van case management effectief
    Het is nog niet bekend welk case management model het meest effectief is voor het aanbieden van een een geïntegreerde behandeling bij dubbele diagnose cliënten. Bij een geïntegreerde behandeling wordt gelijktijdig de psychische stoornis én het verslavingsprobleem door dezelfde behandelaar (of team van behandelaars) behandeld. In dit onderzoek worden twee groepen dubbele diagnose cliënten (N=198) met elkaar vergeleken. De ene groep kreeg een geïntegreerde behandeling door middel van een Assertive Community Treatment (ACT)-model aangeboden, de andere groep kreeg de behandeling door middel van een Standard Clinical Case Management-model.De cliënten werden drie jaar gevolgd. Zeker bij éénderde van hen was er na deze tijd sprake van significant minder middelengebruik. Verder komt uit deze studie naar voren dat er weinig verschil zit in de effectiviteit van beide modellen. In groepen met veel opnames lijkt ACT superieur in het terugdringen van het aantal opnames. Omdat de auteurs dachten dat ACT effectiever zou zijn, komt men met een mogelijke verklaring voor het geringe verschil: de standaard case management programma’s hebben de waarden en interventies van het ACT-model overgenomen.
    Essock,S.M., Mueser,K.T., Drake,R.E. et al (2006). Comparison of ACT and Standard Case Management for Delivering Integrated Treatment for Co-occurring Disorders. Psychiatric Services 57 (2), p. 185-196

    Ook op het platteland is het Supported Employment model met geïntegreerde ACT succesvol bij vinden van regulier betaald werk
    In verschillende Amerikaanse onderzoeken is bewezen dat Supported Employment (SE), die geïntegreerd met ggz-diensten wordt aangeboden, de kans dat personen met een ernstige psychische stoornis regulier betaald werk vinden verdubbeld. In dit onderzoek wordt in een achtergebleven plattelandsgebied in South Carolina een gemengd programma opgezet waarbij Assertive Community Treatment (ACT) en Individual Placement and Support (IPS) worden aangeboden. Gedurende 24 maanden zijn de uitkomsten van dit ACT-IPS programma vergeleken met die van een traditioneel arbeidsrehabilitatie-programma. In totaal werden 143 personen gevolgd, waarvan 69% met de diagnose schizofrenie en 77% Afro-Amerikaan. De deelnemers aan het ACT-IPS programma blijken significant meer regulier betaald werk te hebben dan de controlegroep (64% tegenover 26%). Ook verdienen ze gemiddeld beduidend meer dan de controlegroep.
    Gold, P.B., Meisler, N., Santos, A.B et al (2006). Randomized Trial of Supported Employment Integrated With Assertive Community Treatment for Rural Adults With Severe Mental Illness. Schizophrenia Bulletin 32 (2), p. 378-395


    Laatst aangepast (dinsdag 20 december 2011 21:30)