Signaleringen schizofrenie
Het kost veel tijd om alle relevante rehabilitatie literatuur bij te houden. Wij vinden dat het kenniscentrum óók een functie heeft om u op de hoogte te houden van belangrijke nieuwe publicaties. De selectie van de artikelen wordt door Jaap van Weeghel gemaakt uit gerenommeerde internationale tijdschriften. Toine Ketelaars vat ze samen.
|
Signaleringen geselecteerd op onderwerp: |
- jaar van publicatie 2011
- jaar van publicatie 2010
- jaar van publicatie 2009
- jaar van publicatie 2008
- jaar van publicatie 2007
- jaar van publicatie 2006
2011
Personen met een eerste psychose die vóór de eerste opname werken of studeren hebben het meeste baat bij Cognitieve Gedragstherapie (CGT)
Het is bekend dat sommige personen die een psychose meemaken baat hebben bij Cognitieve Gedragstherapie (CGT). In deze exploratieve Australische RCT werd uitgezocht bij welke patiënten met een eerste psychose CTG effectief blijkt te zijn. Eén groep (N=31) kreeg 14 weken CTG, de controlegroep (N=31) kreeg een therapie (Befriending) die speciaal ontworpen is om te controleren op niet-specifieke factoren van blootstelling aan therapie. Er werden vier metingen verricht (baseline, na 6 weken, na 12 weken, na 1 jaar) op de domeinen: demografische variabelen, cognitie (IQ), positieve en negatieve symptomen en sociaal en beroepsmatig functioneren. De belangrijkste meetinstrumenten waren: BPRS-psychotisch; Scale for the Assessment of Negative Symptoms (SANS) en de Social and Occupational Functioning Assessment Scale (SOFAS). Het blijkt dat degenen uit de CTG-groep die op baseline niveau hoog scoorden op de SOFAS (d.w.z. beter functioneerden) na één jaar duidelijk minder positieve symptomen hadden, dat minder negatieve symptomen worden voorspeld door lage avolitie-scores (SANS) op baseline en door een hoger scholingsniveau en dat degenen die op baseline aan het werk of studeren waren na één jaar over het algemeen beter functioneerden en dus de meeste baat hadden bij de CTG-interventie. Bij de controlegroep had enkel de Premorbid Adjustment Scale (PAS)-score enige voorspellende waarde.
Allot K, Alvarez-Jimenez M, Killackey EJ, Bendall S, McGorry PD & Jackson HJ (2011). Patient predictors of symptom and functional outcome following cognitive behaviour therapy or befriending in first-episode psychosis. Schizophrenia Research 132 (2), 125-130.
Trefwoord:Schizofrenie
Motivatietraining ter stimulering van wandelactiviteiten heeft resultaat bij personen met een schizofreniespectrum stoornis
In de VS hebben zo'n 2 miljoen personen een schizofreniespectrum stoornis (SSS). Velen van hen slikken tweede generatie antipsychotica die o.a. gewichtstoename en diabetes als veel voorkomende bijwerkingen hebben. Deze personen doen over het algemeen zeer weinig aan sport of lichaamsbeweging. In deze studie wordt bekeken of de speciaal ontworpen motivatie-interventie WALC-S (N=48) de SSS er meer toe aanzet om aan een wandelprogramma deel te gaan nemen en het vol te houden dan een controle groep (N=49). WALC-S staat voor: 1. Het geven van informatie over wandelen (W); 2. Sensaties (die door een warming-up opgeroepen worden) bespreekbaar maken (A); 3. Informatie geven over de voordelen van lichaamsbeweging (L); 4. Deelnemers werden geattendeerd op de wandeldagen (C). De S staat voor Schizofrenie. Het blijkt dat de deelnemers aan de interventiegroep significant vaker en langer deelnamen aan het wandelprogramma dan de controlegroep. Ze maakten ook duidelijk meer wandelminuten.
Beebe LH, Smith K, Burk R, McIntyre K, Dessieux O, Tavakoli A, Tennison C & Velligan D (2011). Effect of a Motivational Intervention on Exercise Behavior in Persons with Schizophrenia Spectrum Disorders. Community Mental Health Journal. 47 (6), 628-636
Trefwoord: Schizofrenie
Zelfrapportage-meetinstrumenten meten volgens de cliënten beter hun toestand dan andere meetinstrumenten
Om de effectiviteit van behandelingen te meten is het van belang dat er meetinstrumenten worden gebruikt die door GGZ-gebruikers gewaardeerd worden. In deze Britse studie kreeg een expert groep (n=25) van personen die òf een psychose òf een stemmingsstoornis hebben meegemaakt 24 veel gebruikte vragenlijsten (meetinstrumenten) ter beoordeling voorgelegd. Er kunnen vier methoden worden onderscheiden waarmee de data met de meetinstrumenten worden verzameld: zelfrapportage (b.v. Beck Depression Inventory); klinisch oordeel (b.v. Positive and Negative Symptoms Scale –PANSS); klinisch interview (b.v. Health of the Nation Outcome Scale –HoNOS); interview (b.v. World Health Organisation – Quality of Life (WHO-QoL). De meetinstrumenten werden op een schaal van 1 tot 10 beoordeeld. Daarnaast werden kwalitatieve data verzameld bij de expert groep. Over het algemeen vinden de leden van de expert groep dat de zelfrapportage-meetinstrumenten relevanter zijn en beter hun ervaring weergeven dan de lijsten die door derden worden ingevuld. Uitzondering hierop zijn de PANNS en de WHO-QoL die een 7.5 krijgen. De instrumenten die bijwerkingen van medicatie meten worden allen hoog gewaardeerd. Instrumenten die het sociale functioneren in kaart willen brengen worden als te normatief zwaar onvoldoende gewaardeerd. Veel gebruikte maten zoals de Global Assessment of Functioning en de European Quality of Life Scale krijgen ook een dikke onvoldoende.
Crawford MJ, Robotham D, Thana L, Patterson S, Weaver T, Barber R, Wykes T & Rose D (2011). Selecting outcome measures in mental health: the views of service users. Journal of Mental Health 20 (4), 336–346.
Trefwoord: Schizofrenie
Gebruikers van Britse Vroegtijdige Interventie Psychose (VIP) zijn tevreden over hulpverlening en over ondersteuning door ouders
Zo'n 20 jaar geleden werden in een aantal Westerse landen (o.a. VK en USA; in Amsterdam vanaf 2006) speciale teams gestart om snel te kunnen optreden bij een eerste psychose. In Engeland worden deze Early Intervention Services (EIS) genoemd. Belangrijkste redenen voor het instellen deze speciale diensten: 1. Hoe later met de behandeling van een psychose wordt begonnen hoe slechter de prognose; 2. Snelle behandeling leidt tot minder terugval en heropnames. In deze exploratieve, kwalitatieve Engelse studie werden 36 personen van 14 tot 35 jaar die gebruik maakten van EIS tweemaal binnen een jaar geïnterviewd over hun ervaringen met deze dienst. De volgende thema's stonden centraal: 1.De relatie met de verantwoordelijke hulpverlener; 2. De rol van de ouders ; 3. De verandering van het zelfbeeld. De meeste geïnterviewde EIS-zorggebruikers zijn positief over hun hulpverleners; men vindt hen te vertrouwen en ondersteunend. Een deel vond het zorgaanbod van drie jaar te intensief. De EIS-zorggebruikers vinden ondersteuning door familieleden essentieel en zeer waardevol. Een groot deel van de geïnterviewden geven aan dat ze door de ziekte en de behandeling (o.a. medicatie) een negatief zelfbeeld hebben gekregen en een sterk gevoel van verlies van hun oude zelf ervaren.
Lester H, Marshall H, Jones P, Fowler D, Amos T, Khan N & Birchwood M (2011). Views of Young People in Early Intervention Services for First-Episode Psychosis in England. Psychiatric Services 62 (8), 882-887.
Trefwoord: Schizofrenie
Deelnemers aan Illness Management and Recovery programma leren significant beter met symptomen van schizofrenie om te gaan
In deze Zweedse RCT werden de effecten van het Illness Management and Recovery (IMR) programma op de symptomen van schizofrenie en het psychosociale functioneren gemeten (totale N=41). Het IMR-curriculum werd in kleine groepen over een periode van 9 maanden aangeboden (N=21). Er was een voormeting en een meting na 21 maanden. Omgaan met de stoornis werd gemeten met de Illness Management and Recovery Scale (IMRS), zowel de versie voor cliënten als voor clinici; psychiatrische symptomen met de Psychosis Evaluation Tool for Common Use by Caregivers (PECC); psychosociaal functioneren met de Manchester Short Assessment of Quality of Life (MANSA) en de Ways of Coping Questionnaire (WCQ); herstel met de Recovery Assessment Scale (RAS). De deelnemers aan het IMR-programma bleken beter om te gaan met de symptomen van schizofrenie, minder psychotische symptomen en negatieve symptomen te hebben, minder aan suïcide te denken en minder opnames te hebben gehad. Met name de coping-vaardigheden om steun te zoeken als er problemen zijn waren bij de IMR-groep sterk verbeterd. Het aanleren van een proactieve houding is een van de kerndoelen van IMR.
Färdig R, Lewander T, Melin L, Folke F & Fredriksson A (2011). A Randomized Controlled Trial of the Illness Management and Recovery Program for Persons With Schizophrenia. Psychiatric Services 62 (6), 606-612.
Trefwoord: Schizofrenie; Herstel
Invoering van de Nederlandse Multidisciplinaire Richtlijn (MDR) Schizofrenie heeft tot een substantiële verbetering van het zorgaanbod geleid
In Nederland lijden ongeveer 120.000 mensen aan schizofrenie. In deze Nederlandse studie wordt in kaart gebracht of de invoering van de eerste MDR Schizofrenie in 2005 tot een verbetering van de kwaliteit van zorg voor mensen met schizofrenie heeft geleid. Met behulp van de Quality Assessement of Regional Treatment Systems for Schizophenia (QUARTS) werd vóór en –minimaal 2 jaar- na de introductie van de richtlijn het hele schizofrenie zorgaanbod en de tevredenheid met de hulpverlening in zeven representatieve regio’s onderzocht. De al dan niet regionale aanwezigheid van de 18 belangrijkste interventies werd door middel van groepssessies met 10 klinici per regio verkregen. Voor het meten van de tevredenheid werden vier stakeholder groepen bevraagd: ggz-hulpverleners, patiënten, familieleden van patiënten en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. De beschikbaarheid van in de richtlijn aanbevolen interventies nam over het algemeen significant toe, hoewel de toename van evidence-based rehabilitatie-interventies –zoals IPS- zeer beperkt was. ACT blijkt op grote schaal te zijn ingevoerd. De tevredenheid met het zorgaanbod nam in geringe mate toe.
Van Weeghel J, Van de Lindt S, Slooff C, Van de Kar F, Van Vugt M & Wiersma D (2011). A Regional Assessment of the Quality of Care for People With Schizophrenia in the Netherlands. Psychiatric Services 62 (7), 789-792.
Trefwoord: Schizofrenie
Personen met een ernstige psychiatrische stoornis hebben interne en externe barrières die veranderingen in hun ongezonde eetgewoontes moeilijk maken
Gemiddeld leven personen met een ernstige psychiatrische stoornis 25 jaar korter dan de algemene bevolking. Cardiovasculaire ziektes zijn de belangrijkste doodsoorzaak. Eén van de risicofactoren voor deze ziekten is ongezond eten (naast roken, te weinig lichaamsbeweging en 2de generatie antipsychotica). In deze kwalitatieve Amerikaanse studie (N=31) werden psychiatrische patiënten geïnterviewd om er achter te komen wat ze onder gezond eten verstaan en welke interne en externe barrières zij ervaren bij eventuele pogingen om gezonder te gaan eten. De interne barrières zijn: negatief beeld van gezond voedsel, gezond voedsel wordt als minder smakelijk ervaren, moeilijk om ingesleten eetgewoonten te veranderen, soms wordt aan voedsel grote emotionele waarde toegekend en werken aan geestelijke gezondheid wordt soms belangrijker gevonden dan gezond gaan eten. De externe barrières zijn: gezond voedsel is moeilijk te krijgen en duurder, sociale omstandigheden hebben grote invloed over wat er gegeten wordt (in GGZ-instellingen wordt nog vaak ongezond eten aangeboden) en 2de generatie antipsychotica hebben ontstaan overgewicht als bijwerking.
Barre LK, Ferron JC, Davis KE & Whitley R (2011). Healthy Eating in Persons with Serious Mental Illnesses: Understanding and Barriers. Psychiatric Rehabilitation Journal 34 (4 ), 304–310.
Trefwoord: Schizofrenie
Meta-analyse toont aan dat Cognitieve Remediatie therapie het cognitieve functioneren van mensen met schizofrenie positief beïnvloed In deze grote meta-analsye worden 40 studies meegenomen met in totaal 2104 deelnemers, waarbij het effect van Cognitieve Remediatie (CR) therapie is gemeten. Cognitieve Remediatie is een gedragsmatige training met als doel de cognitieve processen te verbeteren, waardoor het algemene functioneren beter kan worden. CR wordt op twee verschillende wijzen aangeboden: een strategische benadering en een benadering waarbij alleen maar geoefend en herhaald wordt. Het blijkt dat het gemiddelde effect van de 40 studies klein tot middelmatig is (effect size (Cohen's d) 0,45, met betrouwbaarheidintervallen van 0,31 tot 0,59). Er waren geen verschillen in effect tussen de verschillende manieren waarop de interventie werd aangeboden: ze hebben beide effect. Als CR wordt aangeboden in combinatie met andere rehabilitatie programma's is het positieve effect op het cognitieve functioneren groter dan als het los wordt aangeboden. De uitkomsten en aanbevelingen van deze meta-analyse staan in contrast met recente aanbevelingen van NICE over CR.
Wykes T, Huddy V, Cellard C, McGurk SR & Czobor P (2011). A Meta-Analysis of Cognitive Remediation for Schizophrenia: Methodology and Effect Sizes. American Journal of Psychiatry 168 (5), 472-485.
Trefwoord: Schizofrenie
Gerichte lichamelijke oefeningen lijken negatieve symptomen bij mensen met schizofrenie te doen verminderen
In deze beperkte meta-analyse werden studies opgespoord en besproken die de effecten van lichamelijke oefeningen en sportieve activiteiten op de psychische gezondheid van personen met schizofrenie in beeld brengen. Er werden slechts drie Randomized Controlled Trials (RCT’s) over dit onderwerp gevonden, met in totaal 64 personen. Het blijkt dat bij de personen met schizofrenie die lichamelijke oefeningen doen de negatieve symptomen significant meer afnemen – gemeten met PANNS-scores- dan bij de personen met schizofrenie die geen lichamelijke inspanningen verrichten. In één studie komt naar voren dat het aan yoga doen nog beter scoort dan lichamelijke oefeningen.
Gorczynski P & Faulkner G (2010). Exercise Therapy for Schizophrenia.Schizophrenia Bulletin 36 (4), 665-666.
Trefwoord: Schizofrenie
Aanpak beschadigd motivatiesysteem -als kern van negatieve symptomen- bij schizofrenie is mogelijk
Dit is een samenvattend artikel van een themagedeelte over motivatie bij schizofrenie. De beschadiging van het motivatiesysteem bij personen met schizofrenie is het resultaat van een interactie tussen biologische hersenprocessen en sociaal contextuele variabelen. De Expectancy-value theorie en de Self-Determination theorie (SDT) geven verklaringen voor de basisvragen die aan motivatie ten grondslag liggen: 1. Verwacht ik deze taak succesvol te kunnen verrichten? 2. Ken ik aan deze taak waarde toe? 3. Waarom wil ik deze taak doen? Er zijn aanwijzingen dat mensen met schizofrenie niet goed kunnen inschatten of ze taken succesvol kunnen uitvoeren en dat ze een andere waarde aan activiteiten toekennen dan anderen. Als bepaalde activiteiten aan doelen gekoppeld kunnen worden die de personen zelf hebben geformuleerd kan de motivatie toenemen. Dit poogt men bij de recovery-benadering te doen. De SDT gaat ervan uit dat personen gemotiveerd worden complex gedrag te vertonen als er niet-materiële beloningen zijn op het gebied van autonomie, competentie en sociale interactie. Dit biedt aanknopingspunten om motivatie bij schizofrenie te verbeteren.
Medalia A & Brekke J (2010). In Search of a Theoretical Structure for Understanding Motivation in Schizophrenia. Schizophrenia Bulletin 36(5), 912-918.
Trefwoord: Schizofrenie
De IMI-SR is een bruikbaar en betrouwbaar instrument om intrinsieke motivatie bij personen met schizofrenie te meten
Intrinsieke Motivatie (IM) is een bemiddelende factor tussen neurocognitie en psychosociale uitkomsten bij personen met schizofrenie. De Intrinsic Motivation Inventory for Schizophrenia Research (IMI-SR) is ontworpen om de centrale motivationele structuren te meten zoals die door de Self-Determination theorie (SDT) worden geïdentificeerd: betrokkenheid bij cognitieve taken, verwerving van vaardigheden, therapietrouw en remediatie uitkomsten. In deze studie wordt verslag gedaan van de psychometrische validatie van de IMI-SR. De IMI-SR werd bij drie verschillende groepen (totale N=95) afgenomen en blijkt een goed interne consistentie en een voldoende test-hertest betrouwbaarheid te hebben. De IMI-SR bestaat uit 21 vragen die drie domeinen in beeld brengen die relevant zijn voor de motivatie om aan een behandeling deel te nemen: belangstelling/vreugde, ervaren persoonlijke keuze en waarde/bruikbaarheid.
Choi J, Mogami T & Medalia A (2010). Intrinsic Motivation Inventory: An Adapted Measure for Schizophrenia Research. Schizophrenia Bulletin 36(5), 966-976.
Trefwoord: Schizofrenie
Aanbieden van Cognitive Enhancement Therapy (CET) in vroege fase van schizofrenie heeft na één jaar nog duidelijk positief effect
Cognitieve rehabilitatie o.a. in de vorm van Cognitive Enhancement Therapy (CET) is al bewezen effectief wat betreft het verbeteren van neurocognitieve en sociaal-cognitieve gebreken bij personen waarbij in de eerste fase van de behandeling van de schizofrene stoornis CET wordt aangeboden. CET bestaat minimaal uit 60 uur training van aandacht, geheugen en problemen oplossen met behulp van de computer, plus sociaal-cognitieve groepstherapie (45 keer anderhalf uur) waarin geoefend wordt met de ontwikkeling van “hogere” sociaal-cognitieve vaardigheden (o.a. gedrag van ander in context kunnen plaatsen). In deze Amerikaanse studie werd bekeken in hoeverre twee groepen in de eerste fase van hun schizofrene stoornis die twee jaar behandeld werden met òf CET (N=31) òf Enriched Supportive Therapy (EST) (N=27) één jaar na de behandeling nog voordeel hadden van CET of ESTgemeten op verschillende gebieden van sociaal en algemeen functioneren. Het bleek dat degenen die CET-therapie hadden gevolgd zelfs na één jaar nog globaal dezelfde functionele scores hadden als op het einde van de therapie. De controle groep was overigens ook niet achteruit gegaan.
Eack SM, Greenwald DP, Hogarty SS & Keshavan MS (2010). One-year durability of the effects of cognitive enhancement therapy on functional outcome in early schizophrenia. Schizophrenia Research 120 (1-3), 210-216.
Trewoord: Schizofrenie
Cognitieve Remediatie Therapie (CRT) kan ook op langere termijn kosteneffectief zijn
In deze Britse studie wordt gepoogd om de verhouding tussen de kosten en de opbrengsten (kosteneffectiviteit) van Cognitieve Remediatie Therapie (CRT) in beeld te krijgen. Bij kosten wordt gedacht aan de directe kosten van de gezondheidszorg en aan de algemene maatschappelijke kosten (productieverlies, uitkeringen, politie en justitie). In deze RCT (N=85) kregen twee groepen schizofrene cliënten òf CRT òf care-as-usual aangeboden. Op de eerste plaats werd twee maal gemeten –na 14 weken en na 40 weken- of er verschillen waren in cognitief en sociaal functioneren. Tevens werden de kosten per persoon berekend. Het bleek dat op beide meetmomenten de interventie-groep significant hoger scoorde op de inhoud van het werkgeheugen. Na 14 weken was de waarschijnlijkheid dat de kosten-effectiviteit van de CRT-interventie beduidend hoger was 80 per cent, na 40 weken was dat evenwel terug gelopen naar 20 per cent.
Patel A, Knappa M, Romeo R, Reeder C, Matthiasson P, Everitt B & Wykes T (2010). Cognitive remediation therapy in schizophrenia: Cost-effectiveness analysis. Schizophrenia Research 120 (1-3), 217-224.
Trefwoord: Schizofrenie
Sociaal onvermogen van personen met schizofrenie houdt verband met ernst van negatieve symptomen
In deze Duitse studie wordt bij een groep van 177 patiënten die 15 jaar daarvoor voor de eerste keer opgenomen is geweest het sociale functioneren in kaart gebracht. Al deze patiënten hebben een chronisch psychiatrische stoornis, maar hebben drie verschillende diagnoses gekregen: affectieve stoornis (N=58), schizo-affectieve stoornis (N=58) en schizofrenie (N=61). Het sociale functioneren werd bepaald met behulp van de Mannheim Disability Assessment Schedule (DAS-M). Sociaal onvermogen wordt opgevat als het disfunctioneren in bepaalde sociale rollen (werk, ontspanning, familie e.d.). Het blijkt dat sociaal onvermogen het meeste voorkomt in de groep schizofrene patiënten (64%), maar ook gemeten werd bij de schizo-affectieve (19%) en de affectieve (5%) patiënten. Sociaal onvermogen is dus niet helemaal diagnose gebonden. Uit regressie analyses komt naar voren dat er een significant verband is tussen het optreden van sociaal onvermogen en de mate waarin negatieve symptomen (apathie syndroom) zich voordoen.Bottlender, R., Strauß, A. & Möller, H-J. (2010). Social disability in schizophrenic, schizoaffective and affective disorders 15 years after first admission. Schizophrenia Research 116 (1), 9-15.
Trefwoord: Schizofrenie
Het meten van functionele competenties voegt weinig toe aan voorspellende waarde voor maatschappelijke onafhankelijkheid van schizofrene patiënten
Functionele competenties zijn vaardigheden die relevant zijn in het dagelijkse maatschappelijk leven. Het is niet helemaal duidelijk of neurocognitieve competenties van schizofrene patiënten en even grote voorspellende waarde hebben op het maatschappelijk onafhankelijk functioneren dan functionele competenties. Om dit te onderzoeken werd in dit Canadese onderzoek bij 127 ambulante schizofrene patiënten de neurocognitieve competenties door middel van de WAIS-III en de CVLT-II en de functionele competenties met de UPSA gemeten. De mate van maatschappelijke onafhankelijkheid werd na 10 maanden gemeten met de MSIF. De klinische toestand werd met de PANSS gemeten. Door middel van hiërarchische regressie analyse kon de voorspellende waarde op het onafhankelijke functioneren van de verschillende 'componenten' in kaart worden gebracht. Het bleek dat de demografische , klinische en cognitieve (13%-19%) voorspellers gezamenlijk 35% tot 38% van de variantie voorspelden. De data over de functionele competenties droegen daar niet significant (5% tot 7%) aan bij. De auteurs zetten een vraagteken bij het nut van het meten van functionele competenties.Heinrichs, R. W., Ammari, N., Miles, A. A. & McDermid Vaz, S. (2010). Cognitive Performance and Functional Competence as Predictors of Community Independence in Schizophrenia. Schizophrenia Bulletin 36 (2), 381-387
Trefwoord: Schizofrenie
Computer-ondersteund cognitief remediatie programma blijkt neuropsychologisch functioneren nauwelijks te verbeteren
In deze Amerikaane RCT werd de effectiviteit getest van een speciaal ontworpen computer-ondersteund cognitief remediatie programma voor personen met schizofrenie. De interventiegroep (N=28) kreeg in een periode van 15 weken steeds moeilijkere computertaken. Ze werden individueel in 36 sessies begeleid en geïnstrueerd. De controlegroep (N=20) kreeg gewone computer lessen. Naast de scores voor de remediatie oefeningen, waren de primaire uitkomsten scores op neuropsychologsiche batterijen en meetinstrumenten op het gebied van aandacht, attentie, episodisch geheugen, verwerkingssnelheid, uitvoeren van taken en sociaal functioneren. Die werden vóór, meteen na en drie maanden na de interventie afgenomen. De interventiegroep scoorde significant beter op de remediatie oefeningen op de computer (effect size van 0.53), ook nog na drie maanden. Er waren echter geen significante verbeteringen op een van de neuropsychologische of functionele uitkomstmaten. Het blijft nog onduidelijk hoe het cognitief functioneren van schizofrene patiënten kan worden verbeterd.Dickinson, D., Tenhula, W., Morris, S., Brown, C., Peer, J., Spencer, K., Li, L., Gold,.J.M. & Bellack, A.S. (2010). A Randomized, Controlled Trial of Computer-Assisted Cognitive Remediation for Schizophrenia. American Journal of Psychiatry 167 (2), 170-180
Trefwoord: Schizofrenie
Het meten van functionele competenties voegt weinig toe aan voorspellende waarde voor maatschappelijke onafhankelijkheid van schizofrene patiënten
Functionele competenties zijn vaardigheden die relevant zijn in het dagelijkse maatschappelijk leven. Het is niet helemaal duidelijk of neurocognitieve competenties van schizofrene patiënten en even grote voorspellende waarde hebben op het maatschappelijk onafhankelijk functioneren dan functionele competenties. Om dit te onderzoeken werd in dit Canadese onderzoek bij 127 ambulante schizofrene patiënten de neurocognitieve competenties door middel van de WAIS-III en de CVLT-II en de functionele competenties met de UPSA gemeten. De mate van maatschappelijke onafhankelijkheid werd na 10 maanden gemeten met de MSIF. De klinische toestand werd met de PANSS gemeten. Door middel van hiërarchische regressie analyse kon de voorspellende waarde op het onafhankelijke functioneren van de verschillende 'componenten' in kaart worden gebracht. Het bleek dat de demografische , klinische en cognitieve (13%-19%) voorspellers gezamenlijk 35% tot 38% van de variantie voorspelden. De data over de functionele competenties droegen daar niet significant (5% tot 7%) aan bij. De auteurs zetten een vraagteken bij het nut van het meten van functionele competenties.
Heinrichs, R. W., Ammari, N., Miles, A. A. & McDermid Vaz, S. (2010). Cognitive Performance and Functional Competence as Predictors of Community Independence in Schizophrenia. Schizophrenia Bulletin 36 (2), 381-387
Trefwoord: Schizofrenie
Bij personen met schizofrenie speelt motivatie een duidelijke rol in het verband tussen neurocognitie, sociale cognitie en functionele uitkomsten
In deze studie wordt behulp van het statistisch model van pad analyse gepoogd bij een groep van 91 schizofrene patiënten het onderlinge verband op te sporen tussen neurocognitie, sociale cognitie en functionele uitkomsten en wordt bekeken welke rol motivatie in dat verband heeft. Het blijkt dat sociale cognitie indirect invloed heeft op de relatie tussen neurocognitie en functionele uitkomsten. Motivatie lijkt een belangrijke rol te spelen in het complexe verband tussen neurocognitie, sociale cognitie en functionele uitkomsten. In de behandeling zou meer aandacht moeten zijn voor algemene cognitie, sociale cognitie en beloningsprocessen.
Gard, D.E., Fisher, M., Garrett, C., Genevsky, A. & Vinogradov, S. (2009). Motivation and its Relationship to Neurocognition, Social Cognition, and Functional Outcome in Schizophrenia. Schizophrenia Research 115 (1), 74-81.
Trefwoord: Schizofrenie
Invoering van Lieberman modules verloopt traag in Nederland
Deze studie is een verslag van een poging tot systematische implementatie van de Lieberman sociale vaardigheidstrainingmodules voor personen met schizofrenie in drie Nederlandse GGz-instellingen. Er werd naar gestreefd om binnen 2 jaar driekwart van de cliënten een Lieberman Module aan te bieden. Het bleek dat slechts tussen de 15% en 33% werd bereikt. De auteurs hebben de barrières voor succesvolle implementatie opgespoord: incapabele programmaleiders, organisatorische veranderingen, het vertrek van competente trainers en scepsis van hulpverleners over het nut van de training. Slechts als de modules systematisch in de dagelijkse hulpverleningspraktijk worden geïntegreerd zullen meer cliënten worden bereikt.
Van Erp, N.H.J., Van Vugt, M., Verhoeven, D. & Kroon, H. (2009). Enhancing Systematic Implementation of Skills Training Modules for Persons with Schizophrenia: Three Steps Forward and Two Steps Back? Psychiatric Rehabilitation Journal 33 (1), 50-52
Trefwoord: Schizofrenie
Cognitieve gedragstherapie verbetert sociale functioneren bij personen met niet-affectieve psychose
In het kader van de Engelse Improving Social Recovery in Early Psychosis (ISREP) studie is een speciale cognitieve gedragstherapeutische interventie ontwikkeld – de Social Recovery Cognitive Behaviour Therapy (SRCBT)- gericht op het voorkomen van slecht sociaal functioneren en werkloosheid bij personen met affectieve en niet-affectieve psychosen. In deze RCT kreeg de ene groep SRCBT (N=33), naast het gewone hulpverleningsaanbod en de controlegroep (N=38) alleen het gewone aanbod. De eerste psychose mocht niet langer dan vijf geleden hebben plaats gevonden. Het bleek dat er weinig verschil in uitkomsten tussen beide groepen te vinden was. Echter, binnen de sub-groep met niet-affectieve psychosen bleek de interventie wel degelijk significante verbeteringen in het sociale functioneren –gemeten met de PANNS- op te leveren.
Fowler, D., Hodgekins, J., Painter, M., Reilly, T., Crane, C., Macmillan, I., Mugford, M., Croudace, T. & Jones, P.B. (2009). Cognitive behaviour therapy for improving social recovery in psychosis: a report from the ISREP MRC Trial Platform study (Improving Social Recovery in Early Psychosis). Psychological Medicine 39 (10), 1627-1636
Trefwoord: Schizofrenie
Een vijfde deel van personen met eerste psychose is na twee jaar klinisch hersteld
In deze Nederlandse studie wordt een groep (N=125) personen met een eerste psychose over een periode van twee jaar gevolgd en wordt met name gekeken naar het klinische herstel, waarin een onderscheid gemaakt kan worden tussen symptomatisch en functionele herstel. In dit geval wordt klinisch herstel gemeten met de PANSS en de Groningen Social Disabilities Schedule (GDS) en verschilt daarmee enigszins van het door consumers gebruikte concept recovery. Functioneel herstel betekent dat de persoon normaal sociaal kan functioneren in de belangrijkste domeinen van het dagelijkse leven. Het bleek dat na twee jaar de helft van de groep vrije van symptomen was, een vierde deel was functioneel hersteld, terwijl een vijfde deel zowel functioneel als symptomatisch hersteld was. De personen van laatstgenoemde groep waren relatief kort onbehandeld gebleven en ze functioneerden beter vóór de psychose dan de personen uit de andere groepen.
Wunderink, L., Sytema, S., Nienhuis, F.J. & Wiersma, D. (2009). Clinical Recovery in First-Episode Psychosis. Schizophrenia Bulletin 35 (2), 362-369.
Trefwoord: Schizofrenie
Verschillende psychosociale behandelingen dragen op verschillende manieren bij tot functioneel herstel bij personen met schizofrenie
In dit reviewartikel wordt een overzicht gegeven van de achtergrond en de resultaten van de vier belangrijkste psychosociale interventies die de afgelopen decennia zijn ontwikkeld om herstel bij personen met schizofrenie te bevorderen. Het gaat om sociale vaardigheidstraining, cognitieve gedragstherapie, cognitieve remediatie en sociale cognitie training. Elk van deze interventies richt zich op één of meerdere componenten van functioneel herstel: symptoomstabilisatie, onafhankelijk leven, functioneren in werkomgeving en sociaal functioneren. Uit de literatuur blijkt dat sociale vaardigheidstraining en cognitieve gedragstherapie op deelgebieden bewezen effectief zijn, terwijl cognitieve remediatie en sociale cognitietraining zeer veelbelovend zijn.
Kern, R.S., Glynn, S.M., Horan, W.P. & Marder, S.R. (2009). Psychosocial Treatments to Promote Functional Recovery in Schizophrenia. Schizophrenia Bulletin 35 (2), 347-361.
Trefwoord: Schizofrenie
Functionele remissie bij personen met schizofrenie is een houdbaar concept
In deze beschouwing wordt een analyse gemaakt van het begrip functionele remissie bij personen met schizofrenie en afgezet tegen het begrip klinische remissie. Bij functionele remissie moet het volgens de auteurs gaan om veranderingen in de domeinen arbeidsmatige activiteiten, zelfstandig wonen en sociale relaties. Er wordt voorgesteld om bij het meten van ontwikkelingen in deze domeinen óók te kijken naar de mate waarin de persoon zich inspant om doelen te halen. Klinische remissie wordt opgevat als het afwezig zijn van klinische symptomen voor schizofrenie volgens de DSM. Conclusie: functionele remissie is een houdbaar concept en te onderscheiden van klinische remissie.
Harvey, P.D. & Belleck, A.S. (2009). Toward a Terminology for Functional Recovery in Schizophrenia: Is Functional Remission a Viable Concept? Schizophrenia Bulletin 35 (2), 300-306.
Trefwoord: Schizofrenie
Veelbelovende cognitieve gedragstherapie voor groepen voor personen met een recente psychose
In deze Canadese RCT worden de effecten van de door de auteurs ontwikkelde Group Cognitive Behavior Therapy (CBT) (N=35) vergeleken met die van de bewezen effectieve Skill Training for Symptom Management (SM) (N=35). Ook werden de uitkomsten van een controlegroep gemeten (N=20). De twee interventies verschillen in hun filosofie en in de aanpak van het omgaan met symptomen. Bij SM leren de individuele cliënten specifieke concepten (b.v. wat is een symptoom?) en wordt er gebruik gemaakt van herhaling en rollenspellen. Bij CBT wordt ingezet op het leren onderscheiden van denkpatronen en disfunctionele opvattingen. Beide interventies geven psychotische symptoomreductie, terwijl CBT ook een positieve invloed heeft op andere symptomen en psychosociale variabelen.
Lecomte, T., Leclerc, C., Corbière, M., Wykes, T., Wallace, C.J. & Spidel A. (2008). Group cognitive behavior therapy or social skills training for individuals with a recent onset of psychosis? Results of a randomized controlled trial. Journal of Nervous and Mental Disease 196 (12), 866-75.
Trefwoord: Schizofrenie
Veelbelovende kortdurende sociale cognitie training voor extramurale personen met schizofrenie
Er is steeds meer bewijs dat voor mensen met schizofrenie beperkingen van het sociaal-cognitieve domein grote invloed hebben op de functionele uitkomst. In deze Amerikaanse RCT worden de resultaten van een nieuwe Social Cognition Intervention (SCI) (N=15) vergeleken met die van een Illness Self-Management and Relapse Prevention Skills Training (N=16). De SCI bestaat uit 12 sessies en is gericht op de verbetering van affect perceptie, sociale perceptie, attributiestijl en Theory of Mind. De SCI bouwt voort op het SCIT-programma dat van de deelnemers 'sociale detectives' wil maken. De deelnemers van de SCI-groep scoorden significant beter op het onderdeel affectieve gezichtsperceptie dan de leden van de controlegroep. Ondanks dat op de andere drie terreinen weinig verschil tussen de effecten van beide interventies werd gevonden, is wel aangetoond dat sociale cognitietrainingen aan kunnen slaan bij extramurale cliënten.
Horan, W.P., Kern, R.S., Shokat-Fadai, K., Sergi, M.J., Wynn, J.K. & Green, M.F. (2009). Social cognitive skills training in schizophrenia: An initial efficacy study of stabilized outpatients. Schizophrenia Research 107 (1), 47-54.
Trefwoord: Schizofrenie
Voor mensen met schizofrenie zijn de structuur en kwaliteit van de sociale relaties van groot belang
In deze Canadese kwalitatieve studie werden acht personen met schizofrenie uitgebreid geïnterviewd met als doel erachter te komen hoe belangrijk ze sociale relaties vinden, maar vooral om te kijken op welke wijze ze sociale contacten aangaan én onderhouden. Personen met schizofrenie stellen het op prijs om sociale contacten te hebben. Voor het aangaan en onderhouden van de contacten zijn van belang: de nabijheid van de personen, een omgeving waarin routines worden afgewerkt, wederkerigheid, permanentheid van de relatie en zich begrepen voelen. De structurele vorm van de contacten –zoals in een werkomgeving- en de kwaliteit van de relaties zijn bepalend voor het ontstaan en de continuïteit van de sociale contacten.
Lencucha, R., Kinsella, E.A. & Sumsion, T. (2008). The formation and maintenance of social relationships among individuals living with schizophrenia. American Journal of Psychiatric Rehabilitation 11 (4), 330-355.
Trefwoorden: Schizofrenie
Gebruik van checklist kan bijdragen aan vermindering van verschil aan behoefte-inschatting van cliënt door hulpverlener en cliënt
Omdat verschil van inschatting door hulpverleners en de patiënt zelf van behoeftes van psychiatrisch patiënten op het gebied van wonen, relaties, bijwerkingen e.d. invloed heeft op de uitkomsten van de behandeling, werd de eenvoudige Two-Way Communication Checklist (2-COM) ontworpen. Uit eerdere onderzoeken bleek de 2-COM een nuttig instrument te zijn, in deze studie werd gekeken of herhaald gebruik van de 2-COM het verschil in behoefte-inschatting doet verminderen. Bij een groep van 460 personen met schizofrenie en hun hulpverleners werd de 2-COM over een periode van 6 maanden drie maal afgenomen. De auteurs komen tot de voorzichtige conclusie dat het gebruik van de 2-COM kan bijdragen tot een afname van het verschil in behoefte-inschatting. Wel werd duidelijk dat als er minder verschil in de behoefte-inschatting komt, de uitkomsten van de behandeling positief zijn.
Van Os, J. & Triffaux, J-M. (2008). Evidence that the Two-Way Communication Checklist identifies patient-doctor needs discordance resulting in better 6-month outcome. Acta Psychiatrica Scandinavica 118 (4), 322-326.
Trefwoord:Schizofrenie
Duidelijk lineair verband tussen sociale achterstand en ontstaan van psychoses
In deze Engelse empirische studie werd bij een groep met een eerste psychose (N=390) de prevalentie van specifieke indicatoren van sociale achterstand en isolement over een periode van drie jaar vergeleken met die van een gezonde controlegroep (N=391). Binnen die twee groepen werd apart gekeken naar verschillen tussen blanke Britten en zwarte Caribbiërs. Er blijkt een sterke lineaire associatie te zijn tussen indicatoren van sociale achterstand en isolement en het optreden van psychoses. Hoe groter de sociale achterstand en het isolement des te groter de kans op psychoses. Omdat de zwarte Caribbiërs gemiddeld meer sociale achterstand hebben dan de witte Britten, lopen ze ook meer risico op psychoses.
Morgan, C., Kirkbride, J., Hutchinson, G., Craig, T. Morgan, K. et al (2008). Cumulative social disadvantage, ethnicity and first-episode psychosis: a case-control study. Psychological Medicine 38 (12), 1701-1715.
Trefwoord: Schizofrenie
Groot verschil in opvatting tussen hulpverleners en algemeen publiek over welke interventies bij vroege psychose nuttig zijn
Australische studie naar de opvattingen van verschillende soorten hulpverleners onderling (N=256) in vergelijking met een representatieve groep jongeren (N=435) en hun ouders (N=347) over welke interventies volgens hen zinvol en nuttig zijn bij personen met een vroege psychose. Beide groepen algemeen publiek denken dat het minder zinvol is om naar een psychiater te gaan, antipsychotica in te nemen en gebruik te maken van de GGz, dan de hulpverleners. Deze houding zou er toe kunnen bijdragen dat personen met symptomen van een psychose langer wachten met het zoeken van professionele hulp en niet therapietrouw zijn. Er is betere voorlichting nodig.
Jorm, A.F., Morgan, A.J. & Wright, A. (2008). A comparison of clinician, youth, and parent beliefs about helpfulness of interventions for early psychosis. Psychiatric Services 59 (10), 1115-1120.
Trefwoord: Schizofrenie
Mate van empowerment bij mensen met psychotische stoornis goed vast te stellen met de Mental Health Confidence Scale
In deze Nederlandse studie worden drie meetinstrumenten, die gebruikt worden om empowerment bij personen met een psychotische stoornis (N=50) te meten, met elkaar vergeleken. Het gaat om de interne consistentie, de discriminante en convergente validiteit en de klinische bruikbaarheid van de Nederlandse versie van de Empowerment Scale (ES), de Personal Empowerment Scale (PES) en de Mental Health Confidence Scale (MHCS). De drie schalen meten verschillende aspecten van het concept empowerment. Het blijkt dat de MHSC de beste interne consistentie heeft en in de klinische praktijk het meest bruikbaar is.
Castelein, S., Van der Gaag, M., Bruggeman, R., Van Busschbach, J.T. & Wiersma, D. (2008). Measuring empowerment among people with psychotic disorders: a comparison of three instruments. Psychiatric Services 59 (11), 1338-1342.
Trefwoord: Schizofrenie
Afname van symptomen en mate van recovery drie jaar na psychose hangt samen met toestand bij begin van psychose
In deze Duitse studie werden 392 ambulant behandelde personen met de diagnose schizofrenie die nog niet eerder een antipsychotische behandeling hadden gekregen over een periode van drie jaar gevolgd nadat de behandeling was gestart. Er werd gekeken naar de afname van symptomen, naar functioneel herstel en naar subjectief welbevinden. Na drie jaar was de mate van remissie voor symptomen 60.3%, voor functioneren 45.4% en voor welbevinden 57%. Van deze personen maakte slechts 28.1% een gecombineerde remissie door. De recovery-scores voor deze domeinen waren respectievelijk 51.7%, 35% en 44.3%. Slechts 17.1% was in gecombineerde recovery. De belangrijkste voorspellende factor voor remissie en herstel bleek de mate van remissie in de eerste drie maanden na de psychose.
Lambert, M., Naber, D., Schacht, A., Wagner, T., Hundermer, H-P. et al. (2008). Rates and predictors of remission and recovery during 3 years in 392 never-treated patients with schizophrenia. Acta Psychiatrica Scandinavica 118 (3), 220-229
Trefwoord:Schizofrenie
Sociale cohesie op buurtniveau heeft invloed op de incidentie van schizofrenie
In deze studie werd getest of sociaal kapitaal op buurtniveau (in Zuid-Londen) verband houdt met de incidentie van schizofrenie. Er worden twee constructies van sociaal kapitaal gehanteerd: sociale samenhang en vertrouwen (SC&T) en sociale desorganisatie (SocD). Deze werden vastgesteld in 33 Londense buurten (N=16459). De incidentie van schizofrenie werd via de studie Aetiology and Ethnicity in Schizophrenia and Other Psychoses (AESOP) verzameld. In buurten met lage én hoge SC&T is de incidentie van schizofrenie significant hoger dan in wijken met een gemiddeld SC&T, onafhankelijk van andere mogelijke factoren. Wellicht kan in buurten met weinig cohesie de sociale stress niet gereguleerd worden, terwijl in buurten met veel sociale cohesie een grote informele sociale controle heerst.
Kirkbride, J.B., Boydell, J., Ploubidis, G.B., Morgan, C., Dazzan, P. et al. (2008. Testing the association between the incidence of schizophrenia and social capital in an urban area. Psychological Medicine 38 (8), 1083-1094.
Trefwoord: Schizofrenie
Lotgenotengroep voor personen met een psychose stimuleert aangaan van sociale contacten
In deze Nederlandse RCT werd het effect van een geleide lotgenotengroep voor mensen met een psychose (GPSG) (N=56) op de volgende punten vergeleken met een controle groep op de wachtlijst (N=50): sociaal netwerk, sociale steun, self-efficacy en kwaliteit van leven. Het blijkt dat de deelnemers aan de GPSG-groep significant meer onderlinge contacten aangaan. Bij de deelnemers die vaak naar de groepsbijeenkomsten kwamen nam de sociale steun, de self-efficacy en de kwaliteit van leven duidelijk toe.
Castelein, S., Bruggeman, R., Van Busschbach, J.T., Van der Gaag, M., Stant, A. et al (2008). The effectiveness of peer support groups in psychosis: a randomized controlled trial. Acta Psychiatrica Scandinavica 118 (1), 64-72.
Trefwoord: Schizofrenie
Sociale cognitie training voor mensen met schizofrenie is veelbelovend
In deze overzichtsstudie worden drie soorten studies besproken die er allen op gericht zijn door middel van psychosociale interventies de sociale cognitie bij mensen met schizofrenie positief te veranderen. Slecht sociaal functioneren bij mensen met schizofrenie wordt sterk geassocieerd met slecht functioneel beloop. Besproken worden: 1. zeven ‘proof-of-concept’ studies: meting van veranderingen op een sociale cognitie test na een korte training; 2. vijf ‘broad treatment’ studies: toevoeging van sociaal cognitieve oefeningen binnen een breed psychosociaal behandeltraject; 3. zes ‘targeted treatment’ studies: specifieke, langdurige trainingen gericht op verandering van verschillende maten van sociale cognitie. Hoewel de research op dit gebied nog in zijn kinderschoenen staat, zijn de eerste resultaten veelbelovend.
Horan, W.P., Kern, R.S., Green, M.F. & Penn, D.L (2008). Social cognition training for individuals with schizophrenia: emerging evidence. American Journal of Psychiatric Rehabilitation 11 (3), 205-252.
Trefwoord: Schizofrenie
Gezondheidsvoorlichting kan algemene gezondheid bij personen met een ernstige psychiatrische stoornis gunstig beïnvloeden
In deze Amerikaanse RCT werd gekeken wat de effecten zijn van een Wellness Training (WT) (N=155) in vergelijking met gewone eerstelijns gezondheidszorg (BPC) (N=154) bij personen met een ernstige psychiatrische handicap. De WT bestaat uit een interventie van een jaar waarin de deelnemers wordt geleerd zelf hun fysieke problemen in de gaten te houden en eventueel hulp ervoor te zoeken. Het blijkt dat de WT-groep na één jaar zowel op de schaal voor fysiek functioneren (SF-36-PF) als op schaal voor algemene gezondheidstoestand (SF-36-GH) beduidend beter scoort dan de controlegroep.
Chafetz, L., White, M., Collins-Bride, G., Cooper, B.A. & Nickens, J. (2008). Clinical trial of wellness training: health promotion for severely mentally ill adults. Journal of Nervous and Mental Disease 196 (6), 475-483.
Trefwoord: Schizofrenie
Bij personen met schizofrenie is er een verband tussen cognitieve vermogens en sociale vaardigheden
Om het verband te meten tussen klinisch beeld, cognitieve vermogens en sociale vaardigheden worden de uitslagen op schalen die deze drie fenomenen meten bij een groep oudere personen met schizofrenie (N=194) vergeleken met die van een controle groep (N=60) ‘normale’ personen. Sociale vaardigheden worden gemeten met de Social Skills Performance Assessment (SSPA), mate van sociaal contact met de Lehman Quality of Life Interview, psychiatrische symptomen met de Positive and Negative Syndrome Scale (PANNS) en de Hamilton Depression Rating Scale (HAMD), inzicht met de Birchwood Insight Scale (SI) en cognitief functioneren met de Mattis Dementia Rating Scale (DRS). De personen met schizofrenie beschikken over beduidend minder sociale vaardigheden dan de controle groep. Een groter abstractievermogen en het hebben van relatief weinig sociale contacten zijn de sterkste voorspellers voor betere sociale vaardigheden bij personen met schizofrenie.
Sitzer, D.I., Twamley, E.W., Patterson, T.L. & Jeste, D.V. (2008). Multivariate predictors of social skills performance in middle-aged and older out-patients with schizophrenia spectrum disorders. Psychological Medicine 38 (5), 755-763.
Trefwoord: Schizofrenie
Cognitieve Remediatie doet psychosociale functioneren toenemen bij personen met een zeer ernstige psychiatrische stoornis
Deze RCT werd uitgevoerd met twee groepen langdurig opgenomen schizofrene patiënten. De ene groep kreeg een computerondersteund cognitief remediatie-programma van drie maanden aangeboden, de controlegroep kreeg onderricht in computervaardigheden. Na drie maanden scoorde de interventiegroep significant beter op algemeen cognitief functioneren, psychomotorische snelheid en verbaal leervermogen. Na één jaar bleek het algemene psychosociale functioneren van de interventiegroep sterk verbeterd: ze werkten langer en beter in de interne arbeidsprojecten.
Lindenmayer, J.-P., McGurk, S.R., Mueser, K.T, Khan, A., Wance, D. et al. (2008). A randomized controlled trial of cognitive remediation among inpatients with persistent mental illness. Psychiatric Services 59 (3), 241-247.
Trefwoord: schizofrenie
Cognitief leervermogen heeft voorspellende waarde voor rehabilitatie-uitkomsten bij personen met schizofrenie
In deze Duitse studie werd bij een groep die aan een rehabilitatietraject begon (N=41), de Winsconsin Card Sorting Test (WCST), als een meetinstrument dat het leervermogen test, afgenomen. Er worden drie groepen onderscheiden: personen met een hoge score, personen met leerpotentieel en personen met leerstoornissen. Het blijkt dat individueel leervermogen samenhangt met verbeteringen in werkgerelateerd leren en arbeidsintegratie. De personen met hoge WCST-scorers blijken op alle rehabilitatie uitkomstmaten hoger te scoren dan de anderen.
Watzke, S., Brieger, P., Kuss, O., Schoettke, H. & Wiedl, K.H (2008). A longitudinal study of learning potential and rehabilitation outcome in schizophrenia. Psychiatric Services 59 (3), 248-255.
Trefwoorden: schizofrenie; werken
Succesvolle interventie om overgewicht bij personen met schizofrenie aan te pakken
Personen met schizofrenie hebben bijna twee maal zo veel last van overgewicht dan anderen. Voor een deel is dat aan de antipsychotica toe te schrijven. In deze studie kreeg een groep schizofrenie-patiënten met flink overgewicht gedurende drie maanden een interventie aangeboden (N=28) en worden de uitkomsten vergeleken met die van een controle groep uit dezelfde doelgroep (N=31). De interventie bestaat uit drie componenten: gedragstherapie in groepsverband, voedsel voorlichting en lichamelijke oefeningen (vijf maal per week, minimaal 30 minuten). Na drie maanden was bij de interventiegroep de BMI en het gewicht significant afgenomen. Na één jaar was dat nog steeds zo. Bij de controlegroep werden geen significante verbeteringen gesignaleerd.
Melamed, Y., Stein-Risher, O., Gelkopf, M., Levi, G., Sivan, T. Ilievici, G. et al. (2008). Multi-Modal Weight Control intervention for people with persistent mental disorders. Psychiatric Rehabilitation Journal 31 (3), 194-200
Trefwoord: schizofrenie
Personen met schizofrenie in de stad even vaak slachtoffer van misdaden als op het platteland
In dit onderzoek worden gegevens van de European Schizophrenia Cohort (EuroSC) (N=1208) geanalyseerd om te kijken of mensen met schizofrenie in de stad eerder slachtoffer worden van delicten dan op het platteland. Verder werd gekeken naar de subjectieve veiligheidsbeleving bij dezelfde groep. Het blijkt dat tien procent van de patiënten slachtoffer is van geweldsdelicten en 19 procent van niet-geweldsdelicten. Er is geen significant verschil tussen stad en platteland. Wel is de veiligheidsbeleving van mensen met schizofrenie in de stad beduidend lager dan op het platteland. Slachtoffers van geweldsdelicten zijn zelf vaker gearresteerd geweest en gebruiken significant meer alcohol en drugs. Lage subjectieve veiligheidsbeleving hangt samen met eigen objectieve armoede.
Schomerus, G., Heider, D., Angermeyer, M.C., Bebbington, P.E., Azorin, J.-M. et al (2008). Urban residence, victimhood and the appraisal of personal safety in people with schizophrenia: results from the European Schizophrenia Cohort (EuroSC). Psychological Medicine, 38 (4), 591-597.
Trefwoord: schizofrenie
Themanummer over Cognitieve Rehabilitatie en Schizofrenie
Vijf artikelen en een inleiding over recente ontwikkelingen op het gebied van cognitieve rehabilitatie-strategieën voor personen met schizofrenie. Er worden twee categorieën onderscheiden: interventies die gericht zijn op het compenseren van het gebrek aan cognitief functioneren (twee bijdragen) en interventies gericht op het herstel van de basale cognitieve processen (drie bijdragen). Het artikel van Maples et al. beschrijft Cognitive Adaptation Training waarbij steunpunten in de omgeving worden gebruikt om gebreken te omzeilen. Het artikel van Twamley et al. gaat over een training waarbij compenserende strategieën worden aangeleerd. Het artikel van Bell et al. gaat over een benadering van cognitieve remediatie die bekend staat als Neurocognitive Enhancement Training. Medalia et al. hebben een alternatief hierop ontwikkeld: Neuropsychological Educational Approach to Cognitive Remediation. Rose et al doen verslag van een onderzoek naar tevredenheid van cliënten over Cognitive Remediation Therapy.
Velligan, D.I., Bell, M., Medalia, A., Twamley, E.W., Maples, N.J., Rose, D. et al. (2008). Cognitive Rehabilitation and Schizophrenia [Themanummer]. American Journal of Psychiatric Rehabilitation, 11(2), 107-204.
Trefwoorden: schizofrenie; herstel
Liberman-modules hebben zich wereldwijd bewezen
De belangrijkste ontwikkelaar van de Liberman Modules – oorspronkelijk bekend als de UCLA Social & Independent Living Skills (SILS)- geeft in dit artikel een overzicht van de wijze waarop deze training, die bewezen effectief het sociale functioneren van personen met schizofrenie kan verbeteren, de afgelopen 25 jaar door hulpverleners is omarmd en hoe het proces van disseminatie is verlopen. De SILS wordt inmiddels in meer dan 30 landen toegepast en de externe, sociale en professionele validiteit is afdoende bewezen. De succesvolle implementatie is bevorderd door: de modules zijn gebruikersvriendelijk, de hulpverleners werden goed bijgestaan door de ontwikkelaars, er is follow-up consultatie.
Liberman, R.P. (2007). Dissemination and adoption of social skills training: social validation of an evidence-based treatment for the mentally disabled. Journal of Mental Health 16 (5), 595-623.
Neurocognitive Enhancement Therapy (NET) vermindert cognitieve tekortkomingen bij personen met schizofrenie
Cognitieve beschadigingen komen veel voor bij mensen met schizofrenie en beperken de mogelijkheden tot herstel. In deze Amerikaanse RCT wordt het effect getest van het programma Neurocognitive Enhancement Therapy (NET). De controlegroep (N=29) kreeg een IPS-achtig arbeidsrehabilitatieprogramma (VOC), de experimentele groep (N=33) kreeg een jaarlang VOC+NET. Na één jaar scoorden de deelnemers aan de experimentele groep significant beter op de meetinstrumenten voor cognitieve vaardigheden. De NET-training omvat o.a..cognitieve oefeningen op de computer, groepstraining in verwerken van sociale processen, feedback groep over het werk.
Greig, T.C., Zito, W., Wexler, B.E., Fiszdon, J. & Bell, M.D. (2007). Improved cognitive function in schizophrenia after one year of cognitive training and vocational services. Schizophrenia Research 96 (1-3), 156-161.
Hoe beter het Logisch Geheugen, hoe groter de kans op symptoomvermindering in een arbeidsrehabilitatietraject
In deze Amerikaanse studie wordt de voorspellende waarde van de mate van cognitieve beschadiging op de symptomen en op de arbeidsprestaties bij een groep met schizofrenie (N=157) over een periode van zes maanden gemeten. Het blijkt dat het Logisch Geheugen de enige significante voorspeller van symptoomverandering was zoals gemeten met de PANNS. Deze uitslag blijft staan als ook verbetering van de arbeidsprestaties worden meegenomen. Deelnemers met een goed logisch geheugen zijn beter in staat hun positieve werkervaringen in hun eigen herstelverhaal te integreren.
Bell, M.D., Tsang, H.W.H., Greig, T. & Bryson, G. (2007). Cognitive predictors of symptom change for participants in vocational rehabilitation. Schizophrenia Research 96 (1-3), 162-168
Psychosociale vaardigheidstraining ook effectief voor Mexicaanse extramurale cliënten met schizofrenie
Verslag van de eerste Mexicaanse RCT waarbij de effectiviteit van de psychosociale vaardigheidstraining (PSST) benadering (N=43) werd vergeleken met die van een normale behandeling (TAU) (N=39). De PSST bestond uit TAU én PSST én familietherapie.TAU bestond uit antipsychotische medicatie.. Na één jaar scoorden de personen uit de experimentele groep significant beter op symptoomreductie, psychosociaal en algemeen functioneren en hadden ze een lager terugvalpercentage.
Valencia, M., Rascon, M.L., Juarez, F. & Murow, E. (2007). A psychosocial skills training approach in Mexican out=patients with schizophrenia. Psychological Medicine 37 (10), 1393-1402.
Muziektherapie heeft toegevoegde waarde in de behandeling van personen met schizofrenie
Dit is de eerste -Duitse- RCT waarbij de effectiviteit van muziektherapie in de behandeling van intramurale patiënten met schizofrenie in de acute fase wordt gemeten. De experimentele groep (N=21) kreeg gedurende vijf weken gemiddeld 7,5 muziektherapeutische sessie. Het blijkt dat deze interventie vooral invloed heeft op het afnemen van negatieve symptomen en het toenemen van het interpersoonlijke contact.
Ulrich, G., Houtmans, t. & Gold, C. (2007). The additional therapeutic effect of group music therapy for schizophrenic patients: a randomized study. Acta Psychiatrica Scandinavica 116 (5), 362-370.
Betere sociale vaardigheden hangen sterk samen met het hebben van betaald werk
Deze studie gaat over verbanden tussen sociale & communicatieve vaardigheden, cognitieve niveau en functioneren op de arbeidsmarkt bij personen met schizofrenie. De Maryland Assessment of Social Competence (MASC), die sociale & communicatieve vaardigheden meet, werd afgenomen bij een groep die goed op de arbeidsmarkt (N=29) en een groep die slecht op de arbeidsmarkt (N=26) functioneert. Er blijkt een verband tussen een hoge MASC-score en een hoge score op verschillende cognitieve tests, met name op het gebied van verbale vaardigheden, snelle informatieverwerking en geheugen. Daarnaast blijkt de MASC-score een onafhankelijk verband te hebben met het presteren op de arbeidsmarkt.
Dickinson, D., Bellack, A.S. & Gold, J.M. (2007). Social/Communication Skills, Cognition, and Vocational Functioning in Schizophrenia. Schizophrenia Bulletin 33 (5), 1213-1220.
Neurocognitief en sociaal cognitief functioneren voor begin interventie heeft veel invloed op uitkomsten van psychosociale rehabilitatie
In deze studie worden verbanden tussen neurocognitief en sociaal cognitief functioneren bij het begin van het psychosociale rehabilitatieproces van mensen met schizofrenie en de functionele uitkomsten na één jaar bestudeerd, maar ook of een intensiever dienstenaanbod los daarvan de uitkomsten beïnvloed. Het blijkt dat hoe hoger de initiële scores op neurocognitieve en sociaal cognitieve maten, hoe groter de functionele verbeteringen. Evenwel blijkt ook dat hoe meer rehabilitatiecontacten er plaats vinden hoe hoger de functionele verbeteringen, los van het oorspronkelijke neurocognitieve en sociaal cognitieve niveau.
Brekke, J.S, Hoe, M., Long, J. & Green, M.F. (2007). How Neurocognition and Social Cognition Influence Functional Change During Community-Based Psychosocial Rehabilitation for Individuals with Schizophrenia. Schizophrenia Bulletin 33 (5), 1247-1256.
Eerdere positieve ervaringen op de arbeidsmarkt hebben invloed op beroepscarrière bij personen met schizofrenie
In dit Australisch onderzoek wordt gekeken naar de associatie tussen arbeidsgerelateerde subjectieve ervaringen en arbeidsgerelateerde self-efficacy bij personen met schizofrenie, en of die eventuele associatie verband houdt met de positie op de arbeidsmarkt. Het blijkt dat arbeidsgerelateerde subjectieve ervaringen een onafhankelijke correlatie hebben met werkstatus en dat er een duidelijke associatie is tussen arbeidsgerelateerde subjectieve ervaringen en arbeidsgerelateerde self-efficacy. Ze kunnen beide een voorspellende waarde hebben bij het inschatten van de beroepscarrière van de onderzochte doelgroep.
Waghorn, G.R., Chant, D.C. & King, R. (2007). Work-Related Subjective Experiences, Work-Related Self-Efficacy, and Career Learning Among People with Psychiatric Disabilities. Journal of Psychiatric Rehabilitation 10 (4), 275-300.
Goed sociaal netwerk en een hoge kwaliteit van leven hangt nauw samen bij personen met een ernstige psychiatrische stoornis
In deze studie wordt de relatieve invloed gemeten van de volgende factoren op de omvang en de kwaliteit van het sociale netwerk van m.n. personen met schizofrenie: a. sociaal-demografische factoren (o.a. leeftijd, woonsituatie, werksituatie); b. klinische factoren: diagnose en psychiatrische symptomen; c. zelfgerapporteerde gezondheidsgerelateerde factoren, zoals kwaliteit van leven, zelfrespect, ervaren grip op eigen leven (mastery). Een goed sociaal netwerk hangt samen met een hoge kwaliteit van leven, zelfrespect en het met anderen in één huis wonen. Ouderen hebben minder intieme relaties maar zijn wel beter sociaal geïntegreerd.
Eklund,M. & Hansson, L. (2007). Social network among people with persistent mental illness: associations with sociodemographic, clinical and health-related factors. International Journal of Social Psychiatry 53 (4), 293-305.
Personen met schizofrenie die over voldoende financiële middelen beschikken hebben hogere kwaliteit van leven
In deze studie wordt gebruik gemaakt van data van de European Schizophrenia Cohort (EuroSC) Study (N=1208) waarbij mensen met schizofrenie over een periode van 2 jaar zijn gevolgd. Er werden objectieve en subjectieve Kwaliteit van Leven (KvL) metingen verricht c.q. meetinstrumenten afgenomen en met elkaar vergeleken. Objectieve KvL wordt vastgesteld door op de volgende levensgebieden te scoren: dagelijkse activiteiten, familie, sociale relaties en geld. Objectieve KvL scores correleren in grote mate met gelijksoortige subjectieve KvL scores. Eén aspect springt er duidelijk uit: degenen die over voldoende geld beschikken hebben een beduidend hogere kwaliteit van leven.
Heider, D., Angermeyer, M.C., Winkler, I., Schomerus, G., Bebbington, P.E. et al (2007). A prospective study of Quality of Life in schizophrenia in three European countries. Schizophrenia Research 93 (1-3), 194-202.
Behoefte aan coaching bij personen met schizofrenie in supported employment trajecten omgekeerd evenredig aan aantal werkuren
In deze studie is men op zoek naar de factoren die de intensiteit voorspellen van de behoefte aan ondersteuning door jobcoaches op de werkvloer bij personen met schizofrenie die deelnemen aan supported employment projecten (N=69). Het blijkt dat de groep die minder dan 10 uur per week werk aan kan, onevenredig veel meer steun van de jobcoach nodig heeft. De personen van deze groep kenmerken zich door een hoge SANS-score voor sociale onoplettendheid en een hoge PANNS-score voor sociaal vermijdend gedrag. Zij kunnen zelf weinig sociale steun op de werkvloer organiseren.
Zito, W., Greig, T.C., Wexler, B.E. & Bell, M.D. (2007). Predictors of on-site vocational support for people with schizophrenia in supported employment. Schizophrenia Research 94 (1-3), 81-88.
Cognitieve Remediatie Therapie verbetert het cognitieve en sociale functioneren bij jonge personen met beginnende schizofrenie
Als schizofrene symptomen zich in de adolescentie voordoen is de kans op een slecht beloop en cognitieve problemen groot. Cognitieve Remediatie Therapie (CRT) beoogt gebreken in het cognitieve functioneren te verbeteren. In deze RCT kreeg één groep (N=21) CRT en de andere groep (N=19) een standaard behandeling. Het blijkt dat de CRT-groep significant beter scoort op cognitieve flexibiliteit zoals gemeten met de Wisconsin Card Sort Test (WCST). Het sociale functioneren van leden van deze groep ging eveneens meer vooruit dan bij de leden van de andere groep.
Wykes, T., Newton, E., Landau, S., Rice, C., Thompson, N. & Frangou, S. (2007). Cognitive remediation therapy (CRT) for young early onset patients with schizophrenia: an exploratory randomized controlled trial. Schizophrenia Research 94 (1-3), 221-230.
In Europa hebben land en woonplaats voor mensen met schizofrenie flinke invloed op arbeidsparticipatie
In deze eerste vergelijkende Europese studie (N=1208) naar verschillen in werkgelegenheid bij mensen met schizofrenie, wordt gebruik gemaakt van data van de European Schizophrenia Cohort (EuroSC) studie. Er worden twee Engelse, drie Franse en drie Duitse regio’s met elkaar vergeleken. Het blijkt dat in Duitsland meer dan twee keer zoveel schizofrenen aan het werk zijn dan in Engeland en Frankrijk. Binnen de landen kan de arbeidsdeelname per regio flink verschillen. Specifieke sociale omgevingsfactoren en een aanbod van rehabilitatiemogelijkheden bepalen voor een aanzienlijk deel of schizofrenen aan het werk komen.
Marwaha, S., Johnson, S., Bebbington, P., Stafford, M., Angermeyer, M.C. et al (2007). Rates and correlates of employment in people with schizophrenia in the UK, France and Germany. British Journal of Psychiatry 191(7), 30-37.
Het meten van het sociale functioneren van mensen met schizofrenie problematisch
Het sociale dysfunctioneren is één van de belangrijkste kenmerken van de diagnose schizofrenie. Dit artikel is een verslag van een door de NIMH gesponsorde workshop over het ontbreken van betrouwbare en valide meetinstrumenten om het sociale functioneren van mensen met schizofrenie te meten, met als doel nieuwe ideeën op te doen om dat te veranderen. Er wordt vastgesteld dat een gouden standaard voor het meten van maatschappelijk functioneren ontbreekt, maar de psychometrische criteria waaraan valide instrumenten moeten voldoen worden geformuleerd, zoals b.v.: het instrument moet toepasbaar zijn op alle settings waarin schizofrenen zich kunnen bevinden; het moet heel subtiel elke sociale uiting kunnen meten e.d.
Bellack, A.S., Green, M.F., Cook, J.A., Fenton, W., Harvey, P.D et al (2007). Assessment of community functioning in people with schizophrenia and other severe mental illnesses: a white paper based on an NIMH-sponsored workshop. Schizophrenia Bulletin 33(3), 805-822.
Veelbelovende interventie verbetert sociale functioneren van personen met schizofrenie
In dit korte artikel worden de ontwikkeling en eerste uitkomsten van de Social Cognition and Interaction Training (SCIT) programma beschreven. De SCIT is een groepsbehandeling die gericht is op de verbetering van de sociale cognitie en het sociale functioneren bij personen met schizofrenie. De interventie is gericht op het leren herkennen van emoties bij anderen, het leren opsporen van causale verklaringen voor die emoties en het leren integreren van deze vaardigheden in het dagelijkse leven. Uit een eerste pilot-onderzoek blijkt dat de SCIT potentieel een best practice behandeling is.
Penn, D.L., Roberts, D.L., Combs, D. & Sterne, A. (2007). The development of social cognition and interaction training program for schizophrenia spectrum disorders. Psychiatric Services 58 (4), 449-451.
Sociale afstand ten opzichte van mensen met schizofrenie verschilt per maatschappelijke groep
In deze Oostenrijkse studie worden de verschillen in houding tot en sociale afstand van mensen met schizofrenie gemeten bij representatieve groepen van het algemene publiek, verwanten van psychiatrische patiënten en ggz-professionals. Het blijkt dat het algemene publiek een meer pessimistisch oordeel heeft over alle aspecten van schizofrenie dan de andere groepen. Sociale afstand wordt het meeste bepaald door veronderstelde gevaarlijkheid en het algemene publiek scoort op deze maat beduidend hoger dan de andere groepen.
Grausgruber, A., Meise, U., Katschnig, H., Schöny, W. & Fleischhacker, W.W. (2007). Patterns of social distance toward people suffering from schizophrenia in Austria: a comparison between the general public, relatives and mental health staff. Acta Psychiatrica Scandinavica, 115 (4), 310-319.
Cognitive Remediation Therapy (CRT) verbetert cognitief functioneren bij mensen met schizofrenie
In deze RCT (N=85) wordt verslag gedaan van de effecten van de Cognitive Remediation Therapy (CRT) op de cognitieve problemen die door mensen met schizofrenie worden ervaren. Het blijkt dat bij de interventiegroep het werkgeheugen blijvend verbetert, terwijl er een indicatie is dat de cognitieve flexibiliteit toeneemt. Er wordt ook een verband waargenomen tussen het verbeteren van het werkgeheugen en een verbetering van het sociale functioneren bij de onderzochte groep.
Wykes, T., Reeder, C., Landau, S., Everitt, B., Knapp, M., Pater, A. & Romeo, R. (2007). Cognitive remediation therapy in schizophrenia: randomised controlled trial. British Journal of Psychiatry 190 (5), 421-427
Goede therapeutische relatie heeft positieve invloed op werkprestaties van deelnemers aan arbeidsrehabilitatieprojecten
In deze studie (N=26)wordt gekeken welke invloed een hoge of lage ‘therapeutic alliance (TA)’ heeft op de werkprestaties van personen met schizofrenie die deelnemen aan arbeidsrehabilitatieprojecten. Het blijkt dat de groep met een hoge TA op de lange termijn een significant grotere verbetering in zijn arbeidsprestaties laat zien dan de groep met de lage TA en dan met name op de domeinen Work Quality en Cooperativeness zoals gemeten met de Work Behavior Inventory (WBI).
Davis, L.W. & Lysaker, P.H (2007). Therapeutic alliance and improvements in work performance over time in patients with schizophrenia. Journal of Nervous and Mental Disease 195 (4), 353-357
Gecombineerde interventie lijkt veelbelovend in de behandeling van dubbeldiagnose cliënten
Een groot deel van de personen die lijden aan psychoses hebben ook problemen met alcohol en/of drugs. In deze beschrijvende Britse review wordt kort samengevat welke kwesties spelen bij de behandeling van deze moeilijk behandelbare cliëntengroep en wordt een lopende RCT in Manchester - Motivational Interventions for Drugs and Alcohol misuse in Schizophrenia (MIDAS)- beschreven. Daarin wordt gekeken of een gecombineerd aanbod van een langerdurende Motivational Interviewing (MI)-training met Cognitieve Gedragstherapie (CGT) inderdaad effectiever is dan de normale behandeling, zoals door de literatuur wordt gesuggereerd.
Barrowclough, C., Haddock, G., Fitzsimmons, M. & Johnson, R. (2006). Treatment development for psychosis and co-occurring substance misuse: a descriptive review. Journal of Mental Health 15 (6), 619-632.
Bij personen met schizofrenie lijkt er een verband tussen klinische status en werkloosheid
In het Amerikaanse programma U.S. Schizophrenia Care and Assessment Program (N=2326) worden personen met schizofrenie voor drie jaar gevolgd. In deze bijdrage wordt gekeken naar de invloed van klinische factoren en lokale arbeidsmarktcondities van op werkloosheidscijfers bij deze groep. Op de eerste plaats blijkt maar 17,2 percent van de groep werk te hebben. Dat is beduidend minder dan uitkomsten van soortgelijke studies. Er lijkt een sterk verband tussen het hebben van werk en de klinische status, terwijl de situatie op de lokale arbeidsmarkt weinig invloed heeft.
Salkever, D.S., Karakus, M.C., Slade, E.P., Harding, C.M., Hough, R.L., Rosenheck, R.A., Swartz, M.S., Barrio, C. & Yamada, A.M. (2007). Measures and predictors of community-based employment and earnings of persons with schizophrenia in a multisite study. Psychiatric Services 58(3), 315-324.
Veelbelovende interventie ter verbetering van de sociale cognitie bij personen met schizofrenie
Het is gebleken dat personen met schizofrenie óók op drie domeinen van sociale cognitie tekorten hebben: theory of mind (ToM), attributiestijl en emotionele waarneming. Verder is er een sterk verband tussen de mate van sociale cognitie en het beloop van het ziektebeeld. In deze studie wordt voor het eerst gerapporteerd over de effectiviteit van de speciaal ontwikkelde Social Cognition and Interaction Training (SCIT), een groeps interventie met aandacht voor o.a. emotionele training en het leren feiten van vermoedens te onderscheiden. In vergelijking met de controlegroep (N=10), verbeteren de SCIT-deelnemers (N=18) op alle sociaal-cognitieve maten, rapporteren betere sociale contacten en minder agressieve incidenten.
Combs, D.R., Adams, S.D. Penn, D.L., Roberts, D., Tiegreen, J. & Stem, P. (2007). Social Cognition and Interaction Training (SCIT) for inpatients with schizophrenia spectrum disorders: preliminary findings. Schizophrenia Research 91 (1-3), 112-116.
Cognitive Remediation Therapy verbetert neurocognitief en psychosociaal functioneren bij chronische schizofrenie
In deze RCT wordt de effectiviteit van de relatief nieuwe Cognitive Remediation Therapy (CRT) (N=20) vergeleken met die van Cognitive Behavioural Therapy (CBT) (N=20) bij twee groepen mensen met chronische schizofrenie. Het blijkt dat door CRT primair de neurocognitieve vermogens verbeteren, met name het geheugen en de executieve functies. Deze verbeteringen zijn ook klinisch relevant omdat bij deze groep óók het sociale functioneren verbetert.
Penadés, R.,. Catalán, R., Salamero, M., Boger, T., Puig, O., Guarch, J. & Gastó, C. (2006). Cognitive Remediation Therapy for outpatients with chronic schizophrenia: a controlled and randomized study. Schizophrenia Research (87) 1-3, 323-331.
Cognitieve-gedragstherapie in groepsverband voor personen met schizofrenie heeft onverwachte effecten
In deze Britse RCT wordt de effectiviteit van cognitieve-gedragsgroepstherapie vergeleken met de effecten van de normale behandeling bij personen met schizofrenie (N=113). De follow-up periode was 12 maanden. Het blijkt dat tussen de groepen geen verschil te meten was in psychotische symptomen en terugval. Echter: bij de deelnemers van de cognitieve-gedragsgroepstherapie namen de gevoelens van hopeloosheid en gering zelfvertrouwen duidelijk af. De groepstherapie heeft andere effecten dan de onderzoekers hadden verwacht.
Barrowclough, C., Haddock, G., Lobban, F., Jones, S., Siddle, R., Roberts, C. & Gregg, L. (2006). Group cognitive-behavioural therapy for schizophrenia: randomised controlled trial. British Journal of Psychiatry 189 (6), 527-532.
Hoge mate van zelf-stigma én ziekte-inzicht kan leiden tot geringe zelfwaardering
In deze studie wordt de hypothese getoetst dat de effecten van ziekte-inzicht (zelfreflectie) bij personen met schizofrenie (N=75) op gevoelens van zelfwaardering, hoop en sociaal functioneren sterk worden beïnvloed door de mate waarin die personen stigmatiserende opvattingen over hun ziekte hebben geïnternaliseerd. De onderzoekers vonden drie groepen: laag inzicht/weinig stigma; veel inzicht/minimaal stigma; hoog inzicht/gemiddeld stigma. De 'veel inzicht/minimaal stigma-groep' blijkt sociaal het beste te functioneren van de drie en meer hoop en zelfwaardering te hebben dan de ' veel inzicht/minimaal stigma-groep'.
Lysaker, P.H., Roe, D & Yanos, P.T. (2006). Toward understanding the insight paradox: internalized stigma moderates the association between insight and social functioning, hope, and self-esteem among people with schizophrenia spectrum disorders. Schizophrenia Bulletin 33(1), 192-199.
Mogelijk verband tussen hogere mate van cognitief inzicht en zelf-stigma bij personen met schizofrenie
In deze studie uit Hong Kong wordt gekeken naar het verband tussen enerzijds cognitief inzicht (zelfreflectie en ziekte-inzicht) en het zichzelf medeverantwoordelijk achten voor de ziekte en anderzijds zelf-stigma. De onderzochte groep bestaat uit 165 personen met de diagnose schizofrenie. Het blijkt dat personen die meer cognitief inzicht hebben en zichzelf schuld voor hun ziekte toedichten een hogere mate van zelf-stigma hebben. Personen met meer inzicht zijn over het algemeen meer bereid om aan hun behandeling mee te werken, maar omdat ze ook eerder zelf-stigma ontwikkelen kunnen ze hun eigen herstel in de weg staan.
Mak, W.W.S. & Wu, C.F.M. (2006). Cognitive insight and causal attribution in the development of self-stigma among individuals with schizophrenia. Psychiatric Services 57 (12), 1800-1802
Na de eerste episode van schizofrenie wordt terugkeer naar werk door ziekte en niet-ziekte gerelateerde factoren bepaald
In deze kwalitatieve studie worden er diepte-interviews gevoerd met twintig personen die na hun eerste episode van schizofrenie weer zijn gaan werken. Het doel is er achter te komen welke externe steun en interne bronnen de geïnterviewden hebben geholpen of in de weg hebben gestaan om weer aan het werk te gaan. Het blijkt dat de ernst van de symptomen en de bijwerkingen van de medicijnen vaak een obstakel vormen om snel weer aan het werk te gaan. Geïnterviewden met werkervaring stellen terugkeer meer uit omdat ze zichzelf met hun ziekte niet willen blootstellen aan de werkomstandigheden. Het moeten zorgen voor kinderen en het ontbreken van specifieke arbeidstraining kunnen eveneens obstakels vormen.
Gioia, D. (2006). Examining work delay in young adults with schizophrenia. American Journal of Psychiatric Rehabilitation 9 (3), 167-190
Muziektherapie lijkt positief voor intramurale patiënten met schizofrenie
Verslag van een Britse haalbaarheidstudie naar de effectiviteit van muziektherapie bij intramurale patienten met schizofrenie (N=81). Uit deze klein opgezette RCT blijkt dat het goed mogelijk is de effectiviteit van de interventie muziektherapie met een RCT te meten. Muziektherapie heeft vooral een gunstige invloed op de algemene symptomen van schizofrenie zoals gemeten met de PANNS
Talwar, N., Crawford, M.J., Maratos, A., Nur, U., McDermott, O., & Procter, S. (2006). Music therapy for in-patients with schizophrenia: exploratory randomised controlled trial. British Journal of Psychiatry 189 (5), 405-409.
Groepsinterventie effectief voor behoud gezond zelfbeeld bij mensen met schizofrenie
De eerste schizofrene episode heeft vaak ook gevolgen voor het zelfbeeld. Als dit zelfbeeld in grote mate bepaald gaat worden door de ziekte, spreekt men van engulfment. Ter voorkoming van ongewenste engulfment is er een groepsinterventie ontwikkeld die snel na de eerste diagnose bij jongvolwassenen kan worden aangeboden. In deze bijdrage wordt gerapporteerd over de eerste evaluatie van deze interventie. De leden van de interventiegroep blijken een significant beter zelfbeeld te hebben en minder overspoeld te zijn door de effecten van de ziekte dan de leden van de controlegroep.
McCay, E., Beanlands, H., Leszcz, M., Goering, P., Seeman, M.V, Ryan, K., Johnston, N. & Vishnevsky, T. (2006). A group intervention to promote healthy self-concepts and guide recovery in first episode schizophrenia: a pilot study. Psychiatric Rehabilitation Journal (30) 2, 105-111.
Oudere patiënten met chronisch psychotische stoornis hebben baat bij specifieke vaardigheidstraining
In deze RCT wordt gekeken of een speciaal voor de doelgroep oudere schizofrene patiënten ontwikkelde cognitieve gedragsvaardigheidstraining (FAST) betere resultaten heeft op zes gebieden van het dagelijks functioneren dan de standaard Attention-Control (AC)-training. Het blijkt dat met name op de gebieden dagelijkse en sociale vaardigheden de FAST-deelnemers significant beter scoren dan de controle groep. Op het gebied van het beheren van de eigen medicatie zijn er geen verschillen.
Patterson, T.L., Mausbach, B.T., McKibbin, C., Goldman, S., Bucardo, J. & Jeste, D.V. (2006). Functional Adaptation Skills Training (FAST): A randomized trial of a psychosocial intervetnion for middle-aged and older patients with chronic psychotic disorders. Schizophrenia Research (86) 1-3, 291-299
Psychiaters hebben meer negatieve stereotype associaties over psychiatrische patiënten dan doorsnee bevolking
In dit onderzoek wordt gekeken naar de kennis over psychische problemen en de houding ten opzichte van psychiatrische patiënten bij een groep GGZ-hulpverlenrs (N=1073) én een representatieve groep uit de bevolking (N=1737). Opmerkelijk is dat de psychiaters meer negatieve sterotypen hebben dan het gewone volk en dat de mate van sociale afstand ten opzichte van mensen met een depressie of schizofrenie bij beide groepen gelijk was. Meer kennis over psychische problemen lijkt geen invloed te hebben op stereotypering.
Nordt,C., Rössler,W., & Lauber,C. (2006). Attitudes of mental health professionals toward people with schizophrenia and major depression. Schizophrenia Bulletin (32) 4, 709-714.
Shared-Decision-Making programma leidt tot meer betrokkenheid bij eigen behandeling bij patiënten met schizofrenie
In deze RCT wordt het effect van een Shared Decison Making (SDM) programma (N=49) vergeleken met die van een normale behandeling (N=58). Het blijkt dat een SDM-interventie voor een grote groep acute patiënten met schizofrenie haalbaar is. Verder heeft de SDM-groep meer kennis van zijn ziekte en voelt men zich significant meer betrokken bij de medische besluiten in hun behandeling. Dit effect neemt na verloop van tijd wel af. Een deel van de psychiaters laat zijn behandel beslissing beïnvloeden door de uitwisseling met de patiënt.
Hamann, J., Langer,B., Winkler, V., Busch, R., Cohen, R. & Leucht, S. (2006). Shared decision making for in-patients with schizophrenia. Acta Psychiatrica Scandinavica (114) 4, 265-273.
Benadrukken biogenetsich verklaringsmodel voor schizofrenie contraproductief voor anti-stigmaprogramma’s
In deze review wordt de effectiviteit van de ‘psychische stoornis is een ziekte zoals elke ander ziekte’-benadering geëvalueerd. De laatste jaren worden de anti-stigma-programma’s internationaal onderbouwd met de boodschap dat psychische stoornissen primair een biogenetische oorzaak hebben. Dit zou tot minder discriminatie moeten leiden. Uit deze review blijkt dat eerder het omgekerde het geval is: men denkt dat als schizofrenie een hersenziekte is, dan heeft de patiënt geen controle over zijn gedrag en deze wordt eerder als onbetrouwbaar en gevaarlijk gekarakteriseerd.
Read, J., Haslam, N., Sayce, L. & Daviews, E., (2006). Prejudice and schizophrenia: a review of the ‘mental illness is an illness like any other’ approach. Acta Psychiatrica Scandinavica (114) 4, 303-318.
Raciale verschillen in stigmatiseren van personen met psychische stoornissen
In dit Amerikaanse onderzoek wordt met behulp van de vignet-methode bekeken of Afro-Amerkanen (N=81) anders aankijken tegen mensen met schizofrenie of ernstige depressie dan blanken (N=590). In vergelijking met de blanken denken de Afro-Amerikanen in meerdere mate dat personen met psychische stoornissen gewelddadig zijn. In tegenstelling tot de blanken denkt een groot deel van de Afro-Amerikanen dat deze personen niet schuldig zijn aan dit gedrag en hiervoor niet gestraft zouden moeten worden.
Anglin, D.M., Link, B.G. & Phelan, J.C. (2006). Racial differences in stigmatizing attitudes toward people with mental illness. Psychiatric Services 57 (5), p. 857-862
Bij bipolaire stoornissen voorspellen andere factoren slecht sociaal functioneren dan bij schizofrenie
In dit onderzoek wordt bij drie groepen het verband tussen cognitief en sociaal functioneren onderzocht: personen met schizofrenie (N=39), een groep met een bipolaire stoornis (N=27) en een niet-psychiatrische controlegroep (N=38). Bij personen met schizofrenie blijkt er een verband tussen een slecht verbaal geheugen en slecht sociaal functioneren. Bij personen met een bipolaire stoornis wordt het slechte sociale functioneren in verband gebracht met slechte plannings- en probleemoplossende vermogens.
Laes, J.A. & Sponheim, S.R. (2006). Does cognition predict community function only in schizophrenia?: a study of schizophrenia patients, bipolar affective disorder patients, and community control subjects. Schizophrenia Research 84 (1), p. 121-131
Gezinsinterventies moeten basisopvattingen van herstelbeweging integreren
In deze bijdrage wordt aangegeven in hoeverre de bestaande, effectieve gezinsinterventies die zijn ontwikkeld voor mensen met schizofrenie beter kunnen worden afgestemd op de principes van herstel. Deze principes worden in de VS óók onderschreven door de President’s New Freedom Commission on Mental Health uit 2003. Als de gezinnen beter op de hoogte raken van de principes van herstel kunnen ze een sleutelrol gaan spelen in het herstelproces van hun gezinslid.
Glynn, S.M., Cohen, A.N., Dixon, L.B. & Niv, N. (2006). The potential impact of the recovery movement on family interventions for schizophrenia: opportunities and obstacles. Schizophrenia Bulletin 32 (3), p. 451-463
Op lange termijn is herstel van dubbele diagnose cliënten mogelijk
Rapportage over lange termijn uitkomsten van 130 cliënten die lijden aan zowel schizofrenie als middelenverslaving. Er wordt onderscheid gemaakt tussen klinische- en hersteluitkomsten. Na 10 jaar blijken de deelnemers flink verbeterd wat betreft symptomen, middelengebruik, ziekenhuisopnamen, functionele status en kwaliteit van leven. Ook op hersteluitkomstmaten als controle over symptomen, onafhankelijk wonen, betaald werk hebben en sociale contacten hebben met niet-gebruikers, scoorde de meerderheid duidelijk positief.
Drake, R.E., McHugo, G.J., Xie, H., Fox, M., Packard,J. & Helmstetter, B. (2006). Ten-year recovery outcomes for clients with co-occurring schizophrenia and substance use disorders. Schizophrenia Bulletin 32 (3), p. 464-473
Tijdsbesteding van mensen met schizofrenie niet afwijkend
Bij een representatieve groep mensen met schizofrenie (N=192), wonend in de samenleving, wordt gekeken of er verbanden zijn tussen hun tijdsbesteding en bepaalde ziektesymptomen en sociaal-demografische factoren. Leeftijd blijkt de voornaamste voorspeller voor werk-gerelateerde, sociale en vrijetijdsbezigheden. Jongere mensen met schizofrenie besteden meer tijd aan werk en sociale activiteiten, terwijl de ouderen zich meer bezighouden met vrijetijdsbesteding. Deze leeftijdsgerelateerde verschillen komen overeen met die in de algemene bevolking. Ziektesymptomen blijken op geen van de activiteiten een voorspellende waarde te heben.
Harvey, C. , Fossye, E., Jackson, H. & Shimitras, L. (2006). Time use of people with schizophrenia living in North London: predictors of participation in occupations and their implications for improving social inclusion. Journal of Mental Health. 15 (1), 43-55
Geloof in biogenetische oorzaak van psychische stoornissen resulteert in grotere sociale afstand
In dit representatieve, Duitse bevolkingsonderzoek (N=5025) wordt de respondenten een vignet voorgelegd met een psychiatrische casus (iemand met schizofrenie of ernstige depressie). Vervolgens wordt hen gevraagd wat volgens hen de oorzaak van de psychische stoornis is, hoe gevaarlijk de persoon wordt ingeschat en hoe ver men hem op afstand wil houden. Het blijkt dat hoe meer men de psychische stoornis als een hersenziekte ziet, hoe gevaarlijker de persoon wordt beschouwd, des te meer men hem op afstand wil houden. Het biogenetische verklaringsmodel voor psychische stoornissen lijkt stigmatiserend te werken.
Dietrich, S., Matschinger, H. & Angermeyer, M.C. (2006) The relationship between biogeneitc causal explanations and social distance toward people with mental disorders: results from a population survey in Germany. International Journal of Social Psychiatry, 52 (2) 166-174.
Laatst aangepast (woensdag 25 april 2012 13:37)
Signaleringen

