Maatschappelijke acceptatie
Positieve resultaten van behandeling en rehabilitatie worden deels teniet gedaan door afwijzing in de samenleving. Voor mensen met psychotische stoornissen of andere ernstige psychische aandoeningen is stigmatisering een dagelijkse bron van zorg en een grote barrière voor maatschappelijke participatie. Zij worden dikwijls als gevaarlijk, onberekenbaar en onaantrekkelijk gezien. Het is dus niet verwonderlijk dat velen hun psychiatrische status verborgen houden.
Strategieën om stigmatisering en discriminatie tegen te gaan verschillen niet wezenlijk van diagnosecategorie tot diagnosecategorie. Kenniscentrum Phrenos richt zich wat betreft kennis over maatschappelijke acceptatie op de brede doelgroep van mensen met ernstige en meestal langdurige psychische stoornissen. Daarnaast zijn de reacties van patiënten op het publieke stigma (zelfstigmatisering, geanticipeerde discriminatie) weer belangrijke aangrijpingspunten bij herstelondersteuning, rehabilitatie en behandeling.
Met antistigma interventies wordt geprobeerd om de maatschappelijke acceptatie van psychiatrische patiënten te bevorderen. Hierin wordt vaak een driedeling gemaakt: protest, voorlichting en contact. Protest doet een moreel beroep op burgers om de doelgroep positiever te bejegenen. Deze interventies genereren geen attitudeverandering, maar kunnen wel stigmatiserende uitingen, zoals in de media, tegengaan. In voorlichting worden emotioneel beladen mythes over psychiatrische ziekten door feiten ontkracht. Dit leidt tot acceptatie van overgedragen kennis, maar nauwelijks tot een positieve attitude. Contactinterventies bevorderen de directe omgang tussen (ex-)patiënten en andere burgers vanuit het gegeven dat burgers die zelf mensen met een psychiatrische aandoening kennen, gunstiger oordelen over de hele groep. Contactinterventies brengen grotere en blijvender positieve veranderingen in attitude teweeg. In de praktijk bestaan antistigma programma’s overigens meestal uit een combinatie van voorlichting en contact. Een antistigma aanpak zal pas effect sorteren als deze lang wordt volgehouden en goed is ingebed in andere activiteiten van een maatschappelijk steunsysteem voor deze groep.
Gerichte interventies kunnen stigmatisering en discriminatie niet uitbannen maar wel met enig succes bestrijden. Daarnaast blijft altijd wetgeving nodig die discriminatie domweg verbiedt.
Stigmabestrijding moet in de psychiatrie beginnen: hulpverleners moeten zich bewust zijn van hun eventuele eigen stigmatiserende opvattingen. Een stap verder is dat zij zich gaan inzetten om stigmatisering in de samenleving tegen te gaan. De belangrijkste actoren in een antistigma aanpak zijn echter patiënten zelf. Zij moeten daartoe wel hun eventuele zelfstigma overwinnen. Lotgenoten- en herstelgroepen kunnen hier veel aan bijdragen. In Engeland is ervaring opgedaan met ‘vraaggerichte’ stigmabestrijding: via onderzoek bij patiënten wordt nagegaan door wie zij zich het meest gestigmatiseerd voelen. Dit leverde ondermeer een programma voor politieagenten op. In zo’n programma kan het stereotype van ‘de gevaarlijke gek’ worden afgezwakt door juiste informatie over prevalentie van geweld bij de doelgroep. Maar de centrale boodschap in het programma is dat mensen niet met hun ziekte samenvallen maar complete personen zijn.
Laatst aangepast (woensdag 16 februari 2011 15:45)
Introductie

